| 1. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Gaat het controlelampje voor het laadsysteem branden? JA - Ga naar 2. NEE - Ga naar 9. |
| 2. | Start de motor. Gaat het controlelampje voor het laadsysteem uit? JA - Circuit controlelampje laadsysteem is in orde.n NEE - Ga naar 3. |
| 3. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 4. | Maak de 4-pins stekker van de dynamo los van de dynamo. |
| 5. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Gaat het controlelampje voor het laadsysteem branden? JA -
NEE - Repareer de onderdelen van de dynamo. |
| 6. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 7. | Maak de 12-pins stekker los van de AVN-eenheid. |
| 8. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Gaat het controlelampje voor het laadsysteem branden? JA - Zet de contactschakelaar UIT en repareer de kortsluiting in de WHT/BLU kabel. Als de WHT/BLU kabel geaard is, kan de spanningsregelaar in de dynamo beschadigd worden.n NEE - Controleer of de aansluitingen stevig in de stekkers zitten. Indien in orde, een beslist goede AVN-eenheid plaatsen en opnieuw controleren.n |
| 9. | Sluit de stekkeraansluiting no. 3 van de 4-pins connector van de dynamo aan op aarde met een hulpdraad. Zet de contactschakelaar AAN (II).
Gaat het controlelampje voor het laadsysteem branden? JA - Ga naar 10. NEE - Zet de contactschakelaar UIT. Controleer op doorgebrande zekering no. 16 (7,5 A) en doorgebrand controlelampje van het laadsysteem. Als zekeringen en lampje in orde zijn, de breuk in de YEL of BLK/YEL draad naar het controlelampje repareren.n |
| 10. | Meet de spanning aan de nr. 1 aansluiting van de 4-pins stekker van de dynamo met de contactschakelaar op AAN (II).
Is er accuspanning? JA - Ga naar testen van dynamo en spanningsregelaar. NEE - Repareer de breuk in de YEL of BLK/YEL draad tussen de dynamo en de zekering/relaiskast onder het dashboard.n |
| 1. | Zorg dat de accu voldoende is opgeladen en in goede staat verkeert. |
| 2. | Sluit de volgende apparatuur aan:
|
| 3. | Start de motor. Handhaaf het motortoerental op 3.000 omw/min(min-1) onbelast in parkeer- of vrijstand totdat de koelventilator aanslaat en laat hem dan stationair draaien. |
| 4. | Verhoog het motortoerental tot 2.000 omw/min (min-1) en houd dit toerental daar vast. |
| 5. | Koplampen (groot licht) inschakelen, en de spanning meten bij de aansluitklem van de dynamo. Ligt de spanning tussen 13,9 en 15,1V? JA - Ga naar 6. NEE - Repareer de onderdelen van de dynamo.n |
| 6. | Lees de spanning bij 13,5V. OPMERKING: Verander de spanning door de aanjagermotor, achterruitverwarming, remlichten, etc. aan te zetten. Is de spanning 60A of hoger? JA - Werking dynamo/regelaar is in orde.n |
| 2. | Maak de 4-pins stekker van de dynamo los van de dynamo. |
| 3. | Start de motor en schakel de koplampen (groot licht) IN. |
| 4. | Meet de spanning tussen de aansluitklem nr. 2 op de 4-pins connector van de dynamo en de positieve pool van de accu.
Is de spanning 1 V of minder? JA - Ga naar 9. NEE - Ga naar 5. |
| 5. | Zet de koplampen en de contactschakelaar UIT. |
| 6. | Maak de negatieve kabel van de accu los. |
| 7. | Maak connector B (24-pins) van motorregelmodule (ECM) /aandrijfregelmodule (PCM) los. |
| 8. | Doorverbinding controleren tussen stekkeraansluiting B18 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting met massa in de draad tussen de dynamo en de ECM/ PCM.n NEE - Controleer of de aansluitingen stevig in de stekkers zitten. Indien in orde, een beslist goede ECM/PCM installeren en opnieuw controleren. Als de voorgeschreven spanning nu wel aanwezig is, vervang dan de originele ECM/ PCM.n |
| 9. | Zet de koplampen en de contactschakelaar UIT. |
| 10. | Maak de negatieve kabel van de accu los. |
| 11. | ECM/PCM stekkerverbinding B (24-pins) losmaken. |
| 12. | Controleer de doorverbinding tussen ECM/PCM connector aansluitklem B18 en aansluitklem No. 2 op de 4-pins stekker van de dynamo.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de dynamo.n NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen de dynamo en de ECM/ PCM.n |