Benodigd speciaal gereedschap
Testpenkast ( 07XAZ-0010100)
| 1. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Gaat het controlelampje voor het laadsysteem branden? JA - Ga naar 2. NEE - Ga naar 9. |
| 2. | Start de motor. Gaat het controlelampje voor het laadsysteem uit? JA - Circuit controlelampje laadsysteem is in orde.n NEE - Ga naar 3. |
| 3. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 4. | Maak de 4-pins stekker van de dynamo los van de dynamo. |
| 5. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Gaat het controlelampje voor het laadsysteem branden? JA -
NEE - Repareer of vervang de dynamo. |
| 6. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 7. | Maak de 12-pins stekker los van de AVN-eenheid. |
| 8. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Gaat het controlelampje voor het laadsysteem branden? JA - Zet de contactschakelaar UIT en repareer de kortsluiting in de kabel tussen de dynamo en het instrumentenpaneel. Als de kabel geaard is, kan de spanningsregelaar in de dynamo beschadigd worden.n NEE - Controleer of de aansluitingen stevig in de stekkers zitten. Indien in orde, een beslist goede AVN-eenheid plaatsen en opnieuw controleren.n |
| 9. | Sluit de stekkeraansluiting no. 3 van de 4-pins connector van de dynamo aan op aarde met een hulpdraad. Zet de contactschakelaar AAN (II).
Gaat het controlelampje voor het laadsysteem branden? JA - Ga naar 10. NEE - Zet de contactschakelaar UIT. Controleer op doorgebrande zekering no. 16 (7,5A) en doorgebrand controlelampje van het laadsysteem. Als de zekering en gloeilamp in orde zijn, de breuk in de draad tussen het instrumentenpaneel en het zekering/relaiskastje onder het dashboard repareren.n |
| 10. | Meet de spanning tussen 4-pins stekkeraansluiting nr. 1 en de carrosseriemassa met de contactschakelaar AAN (II).
Is er accuspanning? JA - Ga naar testenn van dynamo en spanningsregelaar. NEE - Repareer de breuk in de draad tussen de dynamo en de zekering/relaiskast onder het dashboard.n |
| 1. | Zorg dat de accu voldoende geladen is en in goede staat verkeert. |
| 2. | Sluit de volgende apparatuur aan:
|
| 3. | Start de motor. Handhaaf het motortoerental op 3.000 omw/min(min-1) onbelast in parkeer- of vrijstand totdat de koelventilator aanslaat en laat hem dan stationair draaien. |
| 4. | Verhoog het motortoerental tot 2.000 omw/min (min-1) en houd dit toerental daar vast. |
| 5. | Koplampen (groot licht) inschakelen, en de spanning meten bij de aansluitklem van de dynamo. Ligt de spanning tussen 13,9 en 15,1V? JA - Ga naar 6. NEE - Repareer of vervang de dynamo.n |
| 6. | Lees de spanning bij 13,5V. OPMERKING: Verander de spanning door de aanjagermotor, achterruitverwarming, remlichten, etc. aan te zetten. Is de spanning 60A of hoger? JA - Werking dynamo/regelaar is in orde. Blijft het laadsysteemcontrolelampje aan, vervang dan de dynamo.n |
| 1. | Controleer of de Elektrische Belasting Detector (ELD) goed werkt door te controleren of het defectsignaleringslampje (MIL) uit staat en er geen Diagnostic Trouble Code (DTC) voor een ELD-defect is. |
| 2. | Maak de 4-pins stekker van de dynamo los van de dynamo. |
| 3. | Start de motor en schakel de koplampen (groot licht) IN. |
| 4. | Meet de spanning tussen de aansluitklem nr.. 2 op de 4-pins connector van de dynamo en de positieve pool van de accu.
Is de spanning 1 V of minder? JA - Ga naar 8. NEE - Ga naar 5. |
| 5. | Zet de koplampen en de contactschakelaar UIT. |
| 6. | Maak connector B (24-pins) van motorregelmodule (ECM) /aandrijfregelmodule (PCM) los. |
| 7. | Doorverbinding controleren tussen stekkeraansluiting B18 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting met massa in de draad tussen de dynamo en de ECM/ PCM.n NEE - Controleer of de aansluitingen stevig in de stekkers zitten. Indien in orde, update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM en controleer opnieuw. Is het voorgeschreven voltage er nu en de ECM/PCM was tijdelijk vervangen, vervang dan de originele ECM/PCM.n |
| 8. | Zet de koplampen en de contactschakelaar UIT. |
| 9. | ECM/PCM stekkerverbinding B (24-pins) losmaken. |
| 10. | Controleer de doorverbinding tussen ECM/PCM connector aansluitklem B18 en aansluitklem No. 2 op de 4-pins stekker van de dynamo.
Is er doorverbinding? JA - Repareer of vervang de dynamo.n NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen de dynamo en de ECM/ PCM.n |
| 1. | Controleer of de ELD goed werkt door te controleren of het MIL uit staat en er geen DTC voor een ELD-defect is. |
| 2. | Maak de 4-pins stekker van de dynamo los van de dynamo. |
| 3. | Start de motor en schakel de koplampen (groot licht) IN. |
| 4. | Meet de spanning tussen de aansluitklem nr.. 2 op de 4-pins connector van de dynamo en de positieve pool van de accu.
Is de spanning 1 V of minder? JA - Ga naar 8. NEE - Ga naar 5. |
| 5. | Zet de koplampen en de contactschakelaar UIT. |
| 6. | Sluit de testkabelboom en de testpenkast aan tussen de ECM en de ECM-stekkers. |
| 7. | Controleer op doorverbinding tussen penkastaansluiting nr.34 en de carrosseriemassa. Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting met massa in de draad tussen de dynamo en de ECM.n NEE - Controleer of de aansluitingen stevig in de stekkers zitten. Indien in orde, een beslist goede ECM installeren en opnieuw controleren. Als er nu wel de voorgeschreven spanning is, de oorspronkelijke ECMvervangen.n |
| 8. | Zet de koplampen en de contactschakelaar UIT. |
| 9. | Sluit de testkabelboom en de testpenkast aan tussen de ECM en de ECM-stekkers. |
| 10. | Controleer de doorverbinding tussen penkastaansluitklem nr.34 en 4-pins aansluitklem nr. 2.
Is er doorverbinding? JA - Repareer of vervang de dynamo.n NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen de dynamo en de ECM.n |