| 1. | Monteer de achterste bevestiging/steun.
|
| 2. | Monteer de steun van het luchtfilterhuis.
|
| 3. | Smeer de spieën van de vliegwielnaaf licht in met Super High Temp Urea Vet (P/N 41211-PY5-305), monteer daarna het vliegwiel (A) op de ingaande as (B).
|
| 4. | Monteer de 14 mm paspennen (C) in het vliegwielhuis. |
| 5. | Plaats de transmissie op de krik, en breng deze tot op motorhoogte. |
| 6. | Monteer de bevestigingsbouten van het transmissiehuis.
|
| 7. | Monteer de bevestigingsbouten van het transmissiehuis.
|
| 8. | Monteer de bevestigingsbouten van het transmissiehuis.
|
| 9. | Monteer de transmissie bevestigingssteun (A), en monteer de transmissie bevestigingsbout (B) losjes.
|
| 10. | Monteer en draai de steunbout en -moeren aan met hun voorgeschreven aanhaalmoment, draai daarna de bevestigingsbout aan met het voorgeschreven aanhaalmoment. |
| 11. | Monteer de transmissie massakabelaansluiting (C). |
| 12. | Haal de krik onder de transmissie vandaan. |
| 13. | Bevestig het vliegwiel aan de aandrijfplaat met de bouten (6) (A). Indien nodig de krukaspoelie ronddraaien om de bouten kruislings met de helft van het voorgeschreven aanhaalmoment aan te draaien. Controleer nadat de laatste bout is gemonteerd of de krukas vrij ronddraait.
|
| 14. | Monteer de vliegwielkap (B). |
| 15. | Monteer de stekker en de steun van de verwarmde zuurstofsensor (HO2S) op het vliegwielhuis.
|
| 16. | Monteer de nieuwe set met ringen (A) op de linker en rechter aandrijfasuiteinden (B).
|
| 17. | Maak de oppervlakken schoon waar de aandrijfassen in contact komen met de transmissie (differentieel) met een oplosmiddel of met een carburateurreiniger, en droog met perslucht. Bevestig de linker en rechter aandrijfas aan het differentieel. Zorg dat bij het monteren van de aandrijfas in het differentieel geen stof of andere vreemde deeltjes in de transmissie terechtkomen. OPMERKING: Draai de rechter en linker stuurkogels volledig naar buiten, en schuif de aandrijfassen in het differentieel tot u voelt dat de stelringen in de zijdelingse overbrenging grijpen. |
| 18. | Monteer de aandrijfashoes beschermkap (A) door de bovenste bouten (B) losjes te monteren, monteer daarna losjes de onderste bout (C).
|
| 19. | Draai de bovenste bouten tot hun gespecificeerde aanhaalmoment vast, en draai daarna de onderste bout aan. Om schade aan de aandrijfashoes beschermkap te voorkomen eerst de bovenste bouten monteren, en daarna de onderste bout. |
| 20. | Steun het hulpframe voor met een 4 x 4 x 40 in. houten balk, en til het op carrosseriehoogte.
|
| 21. | Verbind het hulpframe voor met de carrosserie door eerst het stuurhuis op het hulpframe te monteren, en daarna de nieuwe bevestigingsbouten (4) aan te trekken.
|
| 22. | Monteer de achterste bevestigingsbouten.
|
| 23. | Monteer de stuurhuis bevstigingsbouten met de steun (A) en de verstevigingsplaat (B).
|
| 24. | Monteer de stuurhuis bevestigingsbouten met de stuurhuissteun (A).
|
| 25. | Verbind de fuseekogelverbinding van onderste draagarm (A) met de fusees (B), monteer de kroonmoeren (C) en borg ze daarna met de klemveer (D).
|
| 26. | Verbind de fuseekogels van het stuurstanguiteinde (E) met de fusees, monteer de fuseekogelmoeren (F) en borg ze daarna met de nieuwe splitpennen (G). |
| 27. | Monteer de stabilisatorverbinding (H) aan de voorste stabilisator (I). Plaats een 5 mm inbussleutel (J) bovenin de fuseekogelpennen (K), en draai de moeren (L) vast. |
| 28. | Monteer de aandrijfas (M) door de naaf, en monteer de nieuwe naafmoeren (N) op de aandrijfassen. Borg de spilmoer in de aandrijfas. |
| 29. | Verwijder het motorophangoog.
|
| 30. | Monteer de bout op het inlaatspruitstuk, en verbind de vacuümslang met de bus spoelklep van de benzinedampafvoerregeling. |
| 31. | Verbind de ATF-koelerslangen (A) met de ATF-koelerleidingen (B).
|
| 32. | Monteer de spatplaat. |
| 33. | Verbind de stekker van de CVT aangedreven poelie snelheidsensor (A) en CVT snelheidsensor stekker (B).
|
| 34. | Verbind stekker van de transmissiebereikschakelaar (C), en plaats daarna de bedradingsklem (D) in de steun (E). |
| 35. | Monteer het schakelkabeleinde (A) op de regelhefboom (B), en monteer de schakelkabelsteun (C).
|
| 36. | Monteer de plastic ring (D), daarna de stalen ring (E), en monteer de klemveer (F) in de aangegeven richting. |
| 37. | Plaats de kabelboomklem (G) in de schakelkabelsteun. |
| 38. | Plaats de radiateurslang (A) in de slangklem (B).
|
| 39. | Monteer de klemsteun (C) op het transmissiehuis, monteer daarna de accu kabelklemmen (D) op de steunen (C) (E). |
| 40. | Plaats de kabelboomkap (A) op de steun (B), monteer daarna de bout (C).
|
| 41. | Verbind de stekker (D) van de regelklep voor wegrijkoppelingsdruk van CVT, CVT poelie drukregelklep stekker (E), en de CVT snelheidsverandering regelklep stekker (F). |
| 42. | Verbind de blokkeersolenoïdestekker (A) en de CVT aandrijfpoelie snelheidsensor stekker (B).
|
| 43. | Vul de transmissie opnieuw met Honda ATF-Z1 (ATF). |
| 44. | Monteer de accudrager en monteer de accu kabelklem op de steun van de drager. |
| 45. | Monteer het luchtfilterhuis en het luchtinlaatkanaal. |
| 46. | Monteer de accubak en de accu, borg dan de accu met zijn neerhoudsteun. |
| 47. | Sluit de positieve accuklem en daarna de negatieve klem aan. Breng rondom de accuklemmen wat vet aan. |
| 48. | Trek de handrem aan. Start de motor, en schakel de transmissie drie keer door alle standen. |
| 49. | Controleer de werking van de keuzehendel, het controlelampje van de A/T versnellingsstand, en de afstelling van de schakelkabel. |
| 50. | Voorwieluitlijning controleren en afstellen. |
| 51. | Start de motor en laat hem stationair draaien totdat hij de normale bedrijfstemperatuur heeft bereikt (de radiateurventilator slaat aan) met de transmissie in de [P] of [N] positie, zet hem uit en controleer het ATF-niveau. |
| 52. | Stel het feedback-signaal voor de startkoppelingregeling af. |
| 53. | Maak een proefrit. |