CVT wegrijkoppeling kalibreringsprocedures (CVT)

CVT wegrijkoppeling kalibreringsprocedures

OPMERKING:

Afstelprocedure met stilstaande auto


Benodigd speciaal gereedschap
DLC-penkast (  07WAJ-0010100)
 



1.Trek de handrem aan, en blokkeer alle vier de wielen goed.

2.Warm de motor op tot normale bedrijfstemperatuur (de koelventilator slaat aan).

3.Zorg ervoor dat het MIL niet gaat branden en het [D] controlelampje niet knippert.

4.Als het MIL gaat branden of het [D] controlelampje knippert, het brandstof- en emissiesysteem of het A/T regelsysteem controleren, en controleer opnieuw na dit gecontroleerd te hebben.

5.Zet de contactschakelaar UIT.

6.Sluit het speciaal gereedschap (07WAJ-0010100) op de datalinkstekker aan, plaats dan de verbindingsdraad tussen de aansluitingen 4 en 9 van het speciaal gereedschap, en draai vervolgens de schakelaar op AAN om de SCS aan de massa kort te sluiten.

 

7.Druk het rempedaal in, en houd dit ingedrukt tot het afstellen is voltooid.

8.Start de motor onder niet-belaste omstandigheden, doe daarna de buitenverlichting aan. De koplampen moeten tijdens het afstellen zijn ingeschakeld.

9.Schakel, binnen 20 seconden nadat de motor werd gestart, de schakelhendel in de [N] positie, daarna in de [D], [S] en [L] positie, schakel daarna terug naar de [S], [D], en in de [N]. De schakelhendel moet in elke positie stoppen. Herhaal dit schakelen twee keer.

10.Als de schakelhendel in de [N] positie staat, controleren of het [D] controlelampje gedurende een minuut gaat branden en daarna uit gaat.

11.Als het [D] controlelampje niet gaat branden, of het [D] controlelampje gaat branden, en blijft branden (het gaat niet uit na een minuut). Zet de contactschakelaar UIT, en begin de procedures opnieuw vanaf stap 6.

12.Schakel in de [D] positie, en controleer of het [D] controlelampje gedurende 2 minuten brandt, en daarna uit gaat.

13.Als het [D] controlelampje niet gaat branden, of het [D] controlelampje gaat branden, en blijft branden (het gaat niet uit na een minuut). Zet de contactschakelaar UIT, en begin de procedures opnieuw vanaf stap 6.

14.Zet de contactschakelaar UIT ter voltooiing.

15.Maak een test-rit met de auto om te controleren dat er zich geen probleem voordoet bij het startkoppeling regelsysteem.

Afstelprocedure met rijdende auto


1.Warm de motor op tot normale bedrijfstemperatuur (de koelventilator slaat aan).

2.Start de motor onder niet-belaste omstandigheden, doe daarna de buitenverlichting aan.

3.Rij weg in de [D] stand, tot de auto een snelheid heeft van 60 km/h, en verminder dan langer dan 5 seconden snelheid zonder het rempedaal in te drukken ter voltooiing.

4.Maak een test-rit met de auto om te controleren dat er zich geen probleem voordoet bij het startkoppeling regelsysteem.