Het regelmatig inademen van stof van remblokken kan nadelig zijn voor de gezondheid, ongeacht de samenstelling van het materiaal.
|
| 1. | Verwijder de remtrommel. |
| 2. | Verwijder de bovenste contraveer (A) en de onderste contraveer (B).
|
| 3. | Verwijder de spanpennen (A) door ze te draaien en tegelijk elke borgveer in te drukken (B).
|
| 4. | Maak de handremkabel los van de handremhendel en verwijder de remschoenen van de achterplaat. |
| 5. | Verwijder de gaffel (A), stelbout (B), en gaffel (C), en haal de remschoenen van elkaar (D).
|
| 6. | Verwijder de zelfstellende veer (E) en zelfstellende hendel (F). |
| 7. | Verwijder de U-klem (A) en verwijder de handremhendel (B) van de schoen aan de achterkant (C).
|
| 1. | Monteer de handremhendel (A) op de remschoen achter (B) en zet deze vast met een nieuwe U-klem (C). Druk de U-klem stevig aan om te voorkomen dat deze loskomt.
|
| 2. | Breng Molykote aan op de randen aan de achterkant van de remschoenen, op de aangegeven plaatsen. Veeg al het overtollig vet weg. Zorg dat er geen vet komt op de remvoeringen.
|
| 3. | Monteer de zelfsteller (A) en zelfstellende veer (B) aan de voorkant van de remschoen (C).
|
| 4. | Sluit de handremkabel aan op de achterkant van de remschoen (D) en monteer de remschoenen met de gaffel (E), stelbout (F) en gaffel (G). |
| 5. | Monteer de schoenen op de achterplaat, met de bovenkant van de remschoenen tegen de wielcilinderzuigers en de onderkant van de remschoenen tegen de pasplaat. |
| 6. | Monteer de spanpennen (A) en zet ze vast met de borgveren door ze te draaien en tegelijk elke borgveer in te drukken (B).
|
| 7. | Monteer de bovenste contraveer (A) en de onderste contraveer (B).
|
| 8. | Monteer de remtrommel. |
| 9. | Monteer de achterwielen. |
| 10. | Als de wielcilinder is verwijderd, ontlucht dan het remsysteem. |
| 11. | Druk het rempedaal een paar keer in om de zelfstellende rem in te stellen. |
| 12. | Stel de handrem af. |