Achterste Naaflagereenheid Vervangen - Achterste Trommelrem

Achterste Naaflagereenheid Vervangen - Achterste Trommelrem

Onderdelen, gedemonteerd






 

1.Krik de achterkant van het voertuig op en zorg dat het goed wordt ondersteund. Verwijder de achterwielen.

 

2.Verwijder de naafdop (A), wrik de indeuking omhoog (B) en verwijder de spilmoer (C).

 

3.Zet de handrem los. Schroef twee bouten (8 x 1,25 mm) in de trommel om deze van de wielnaaf af te duwen. Draai iedere bout om de beurt twee slagen aan om te voorkomen dat er teveel buigspanning op de trommel komt. Verwijder de remtrommel (A).

 

4.Verwijder het binnenlager van de naaf (A) van het astapeind.

 

5.Monteren van het binnenlager van de naaf gebeurt in omgekeerde volgorde van het uitbouwen. Let daarbij op de volgende punten:

  • Trek alle bevestigingsbouten aan met het voorgeschreven aantrekkoppel.
  • Reinig de pasvlakken van de achterwielnaaf en de binnenzijde van de remtrommel voordat u de remtrommel monteert.
  • Gebruik een nieuwe wielasmoer bij het monteren.
  • Na het vastzetten van de naafmoer gebruikt u een drevel om de rand van de naafmoer in te deuken in de inkeping in het tapeind.
  • Gebruik bij het monteren een nieuwe naafdop.
  • Reinig de pasvlakken van de remtrommel en de binnenzijde van het wiel voordat u het wiel monteert.