CVT storingzoeken (CVT)

CVT storingzoeken

Deze storingen veroorzaken GEEN storingscodes (DTC’s) en zorgen er NIET voor dat het [D] controlelampje gaat knipperen. Als het defectsignaleringslampje (MIL) AAN was of het D controlelampje knipperde, controleer dan op storingscodes (DTC's). Maar als het voertuig een van de storingen uit de volgende tabel heeft, controleer dan de waarschijnlijke oorzaken ervan in de aangegeven volgorde totdat de storing is gevonden.

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Als u de contactschakelaar op AAN (II) zet, gaat de D indicator aan en blijft aan, of de [D] indicator gaat nooit aan. Een storing in het circuit van de D indicator. Controleer het circuit van het D-controlelampje. 
A/T keuzehendelstand controlelampje geeft de keuzehendelstanden niet aan - Circuit van het controlelampje: Zonder 7-speed Modus Een storing in het circuit van het controlelampje van schakelstand A/T  Controleer het circuit van het controlelampje van de schakelstand A/T voor 6-stand CVT - A/T schakelstand controlelampje input test. 
A/T keuzehendelstand controlelampje geeft de keuzehendelstanden niet aan - Circuit van het controlelampje: Met 7-speed Modus Een storing in het circuit van het controlelampje van schakelstand A/T  Controleer het controlelampje voor de A/T schakelstand voor 6-stand CVT+7-speed Modus. 
Het controlelampje van de schakelstand geeft niet het nummer van de versnellingstrap in 7-speed automatische modus of 7-speed handgeschakelde modus weer Een storing in het circuit van het controlelampje van de schakelstand Controleer het controlelampje voor de schakelstand - circuit van het controlelampje voor de A/T schakelstand voor 6-stand CVT+7-speed Modus. 
M-controlelampje gaat niet branden in schakelstand 7-speed handmatig Een storing in het circuit van het controlelampje van de schakelstand Controleer het controlelampje voor de schakelstand - circuit van het controlelampje voor de A/T schakelstand voor 6-stand CVT+7-speed Modus. 
Wanneer u de hoofdschakelaar van de 7-speed Modus op AAN zet in de D- of S-stand, maar de transmissie schakelt niet naar de 7-speed automatische modus Een probleem in het circuit van de hoofdschakelaar van de 7-speed Modus Controleer het circuit van de hoofdschakelaar van de 7-speed Modus op 6-stand CVT+7-speed Modus. 
Wanneer u de schakelaars van de stuurschakeling (+ of -) in 7-speed automatische modus zet, maar de transmissie schakelt niet naar de 7-speed handmatige schakelmodus Een storing in het circuit schakelaars van de stuurschakeling  

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
De transmissie schakelt naar de 7-speed automatische modus wanneer de schakelhendel in stand D of S wordt geschakeld, hoofdschakelaar 7-speed Modus UIT Een probleem in het circuit van de hoofdschakelaar van de 7-speed Modus Controleer het circuit van de hoofdschakelaar van de 7-speed Modus op 6-stand CVT+7-speed Modus. 
Wanneer u de hoofdschakelaar van de 7-speed Modus op AAN zet in de D- of S-stand, schakelt de transmissie naar de 7-speed handmatige modus maar niet naar de 7-speed automatische modus Een storing in het circuit schakelaars van de stuurschakeling  
De schakelhendel kan niet uit de stand P worden gehaald terwijl u het rempedaal intrapt. Er is een probleem in het schakelvergrendelingssysteem (vergrendelingssysteem). Controleer vergrendelingssysteem - het circuit van het schakelvergrendelingssysteem. 
De contactsleutel kan niet van ACC (I) naar LOCK (0) worden gedraaid (sleutel wordt ingedrukt en schakelhendel staat in stand P) Er is een probleem in het sleutelvergrendelingssysteem (vergrendelingssysteem). Controleer het vergrendelingssysteem - circuit van het sleutelvergrendelingssysteem. 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
De motor loopt, maar het voertuig rijdt niet ongeacht de stand van de schakelhendel. 1.

2.

3.
4.

5.
6.


7.

8.
9.

10.
11.

12.

13.
14.

15.
16.

17.
18.

19.

20.
21. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De wegrijkoppeling is defect.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
De ingaande as is versleten of beschadigd.
Het secundair aandrijftandwiel of het secundair aangedreven tandwiel is versleten of beschadigd.
Het eindaandrijftandwiel of het aangedreven eindtandwiel is versleten of beschadigd.
Het zonnewiel is versleten of beschadigd.
De vergrendelhendel is versleten of beschadigd.
De bedieningshendel is versleten of beschadigd.
De parkeerpal en de palas zijn versleten of beschadigd.
De pomp van de automatische transmissievloeistof is versleten, klemt, of er zit vreemd materiaal in de pomp van de automatische transmissievloeistof.
Laag ATF peil
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De PCM is defect.
De transmissiebereikschakelaar is defect.
De aandrijfplaat van het vliegwiel is versleten of beschadigd.
Het vliegwiel is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers en een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Auto rijdt niet in de standen D, S en L 1.
2.

3.
4.

5.

6.
7.
8.

9. 
De vooruitkoppeling is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
Het zonnewiel is versleten of beschadigd.
De schakelkabel is gebroken of niet goed afgesteld.
De hendel en pen van de regelbare klep zijn versleten.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De PCM is defect.
De transmissiebereikschakelaar is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer op een loszittende schakelkabel aan de schakelhendel en de transmissieregelas.
  • Controleer de toestand van de D indicator, en controleer op een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
 
Auto rijdt niet in de stand [R] 1.
2.
3.

4.

5.
6.
7.

8.


9.


10.

11.

12.
13.

14.
15.

16.

17. 
De vooruitkoppeling is defect.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De planeetwieldrager is versleten of beschadigd.
Het zonnewiel is versleten of beschadigd.
Het kroonwiel is versleten of beschadigd.
Het naaldlager van de ingaande as is versleten of beschadigd.
Druknaaldlager van planeetwieldrager is vastgelopen, versleten of beschadigd.
De drukring van de planeetwieldrager is vastgelopen, versleten of beschadigd.
De schakelkabel is gebroken of niet goed afgesteld.
De hendel en pen van de regelbare klep zijn versleten.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De blokkeersolenoïdeklep is defect.
De transmissiebereikschakelaar is defect. 
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer op een loszittende schakelkabel aan de schakelhendel en de transmissieregelas.
  • Controleer de druk van de achteruitrem.
  • Inspecteer de remzuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Controleer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de achteruitrem. Als de speling buiten de specificaties ligt, de achteruitremschijven en platen inspecteren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de achteruitrem afstellen.
  • Controleer het naaldlager en de drukringen van de planeetwieldrager op slijtage en beschadiging. Als het naaldlager of de drukring versleten of beschadigd is, het lager of de ring vervangen, en de speling afstellen met de afdichtdrukring.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers en een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Motor stopt wanneer vanuit stand N in stand D wordt geschakeld 1.

2.
3.

4.
5.

6.

7.

8.
9.
10.

11. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De zeef of het filter van de automatische transmissievloeistof zit verstopt.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de achteruitrem.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers en een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 
Motor stopt wanneer vanuit stand N in stand R wordt geschakeld 1.

2.
3.
4.

5.

6.


7.


8.
9.

10.
11.
12.

13. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De vooruitkoppeling is defect.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De planeetwieldrager is versleten of beschadigd.
Druknaaldlager van planeetwieldrager is vastgelopen, versleten of beschadigd.
De drukring van de planeetwieldrager is vastgelopen, versleten of beschadigd.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Controleer het naaldlager en de drukringen van de planeetwieldrager op slijtage en beschadiging. Als het naaldlager of de drukring versleten of beschadigd is, het lager of de ring vervangen, en de speling afstellen met de afdichtdrukring.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers en een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
De motor schakelt niet naar een hogere of lagere overbrengingsverhouding. 1.

2.

3.

4.
5.

6.
7.

8.

9.
10. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De pomp van de automatische transmissievloeistof is versleten, klemt, of er zit vreemd materiaal in de pomp van de automatische transmissievloeistof.
Laag ATF peil
De zeef of het filter van de automatische transmissievloeistof zit verstopt.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
De snelheidssensors van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie zijn defect.
De snelheidssensor van de CVT is defect.
De PCM is defect. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Als de zeef verstopt is, zoekt u de beschadigde onderdelen die de verontreiniging hebben veroorzaakt.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
 
Slechte acceleratie. 1.

2.

3.

4.
5.

6.

7.

8.

9.
10.
11. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De zeef of het filter van de automatische transmissievloeistof zit verstopt.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De blokkeersolenoïdeklep is defect.
De snelheidssensors van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie zijn defect.
De snelheidssensor van de CVT is defect.
De PCM is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Als de zeef verstopt is, zoekt u de beschadigde onderdelen die de verontreiniging hebben veroorzaakt.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
De motor komt plotseling op tijdens het rijden. 1.

2.

3.
4.
5.

6.
7.

8.

9.
10.
11.

12.
13.

14.

15.

16.
17.
18. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De vooruitkoppeling is defect.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De blokkeersolenoïdeklep is defect.
De snelheidssensors van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie zijn defect.
De snelheidssensor van de CVT is defect.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdekabelboomstekkers.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Er treden zeer sterke schokken op bij het optrekken en afremmen. 1.

2.

3.
4.
5.

6.
7.

8.

9.
10.
11.
12.

13.
14.

15.
16.

17. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De vooruitkoppeling is defect.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
Laag ATF peil
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect.
Het vliegwiel is defect. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 
Het voertuig remt niet op de motor. 1.

2.

3.
4.

5.
6.

7.
8.

9.

10.

11.
12.
13. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De wegrijkoppeling is defect.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De blokkeersolenoïdeklep is defect.
De snelheidssensors van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie zijn defect.
De snelheidssensor van de CVT is defect.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Auto kruipt niet op vlakke weg in de standen D, S en L. 1.

2.

3.
4.

5.

6.
7.
8.
9.

10.
11.

12.

13.
14.
15.

16. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
Laag ATF peil
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De snelheidssensors van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie zijn defect.
De snelheidssensor van de CVT is defect.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer het niveau van de automatische transmissievloeistof en controleer de koelerleidingen van de automatische transmissievloeistof op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 
Auto verplaatst zich in de stand N; afstelling van schakelkabel is juist 1.

2.
3.
4.

5.
6.

7.

8. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De vooruitkoppeling is defect.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De ingaande as is versleten of beschadigd.
Het naaldlager van de ingaande as is vastgelopen of beschadigd.
De hendel en pen van de regelbare klep zijn versleten.
Het regelbare-kleppenhuis is defect. 
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Laat schakelen vanuit stand N naar stand D; en terugkeren naar stand N 1.

2.
3.
4.

5.

6.

7.

8.
9.

10.
11.
12.

13.
14.

15.
16.

17. 
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De vooruitkoppeling is defect.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
De schakelkabel is gebroken of niet goed afgesteld.
De hendel en pen van de regelbare klep zijn versleten.
Laag ATF peil
De zeef of het filter van de automatische transmissievloeistof zit verstopt.
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De PCM is defect.
De transmissiebereikschakelaar is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Laat schakelen vanuit stand N naar stand R; en terugkeren naar stand N 1.

2.
3.

4.

5.
6.

7.

8.

9.

10.
11.

12.
13.
14.

15.
16.

17.

18.
19.

20. 
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De terugtrekveren/schotel van de achteruitrem is versleten of is beschadigd.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
De schakelkabel is gebroken of niet goed afgesteld.
De hendel en pen van de regelbare klep zijn versleten.
Laag ATF peil
De zeef of het filter van de automatische transmissievloeistof zit verstopt.
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De blokkeersolenoïdeklep is defect.
De PCM is defect.
De transmissiebereikschakelaar is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer op een loszittende schakelkabel aan de schakelhendel en de transmissieregelas.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Het motortoerental is niet stabiel. 1.

2.

3.
4.
5.

6.
7.

8.

9.

10.
11.

12.
13.
14.

15.
16.

17.

18.

19.
20.
21.

22. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De vooruitkoppeling is defect.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
De pomp van de automatische transmissievloeistof is versleten, klemt, of er zit vreemd materiaal in de pomp van de automatische transmissievloeistof.
Laag ATF peil
De zeef of het filter van de automatische transmissievloeistof zit verstopt.
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De blokkeersolenoïdeklep is defect.
De snelheidssensors van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie zijn defect.
De snelheidssensor van de CVT is defect.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer op een loszittende schakelkabel aan de schakelhendel en de transmissieregelas.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Er treden zeer sterke schokken op bij het wegrijden. 1.
2.
3.

4.
5.

6.

7.
8.
9.
10.

11.
12.

13. 
De vooruitkoppeling is defect.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
Laag ATF peil
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 
Overmatige trillingen in de standen D, S, L en R. 1.

2.
3.
4.

5.
6.

7.

8.
9.
10.
11.

12.

13.
14.

15.

16.
17. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De vooruitkoppeling is defect.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
De ingaande as is versleten of beschadigd.
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
De blokkeersolenoïdeklep is defect.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect.
De aandrijfplaat van het vliegwiel is versleten of beschadigd.
Het vliegwiel is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Zeer sterke trillingen bij stationair draaien met de schakelhendel in N- of P-stand 1.

2.
3.

4.
5. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De ingaande as is versleten of beschadigd.
Het vliegwiel en de aandrijfplaat zijn versleten of beschadigd.
Het vliegwiel is defect.
Het motorvermogen is laag. 
Stel het stationair toerental af volgens de specificatie terwijl het voertuig in de versnelling staat. Als de storing nog steeds niet is verholpen, stelt u de motor- en transmissiesteunen af. 
Transmissiegeluid hoorbaar in de standen N en P 1.

2.
3.

4.

5.


6.


7.

8. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De ingaande as is versleten of beschadigd.
De planeetwieldrager is versleten of beschadigd.
Het naaldlager van de ingaande as is vastgelopen of beschadigd.
Druknaaldlager van planeetwieldrager is vastgelopen, versleten of beschadigd.
De drukring van de planeetwieldrager is vastgelopen, versleten of beschadigd.
De pomp van de automatische transmissievloeistof is versleten, klemt, of er zit vreemd materiaal in de pomp van de automatische transmissievloeistof.
Het vliegwiel is defect. 
Controleer het naaldlager en de drukringen van de planeetwieldrager op slijtage en beschadiging. Als het naaldlager of de drukring versleten of beschadigd is, het lager of de ring vervangen, en de speling afstellen met de afdichtdrukring. 
Er treden trillingen op in iedere stand van de schakelhendel. 1.

2. 
Het vliegwiel en de aandrijfplaat zijn versleten of beschadigd.
Het vliegwiel is defect. 
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Het afslagtoerental is hoog. 1.

2.

3.
4.
5.

6.
7.

8.

9.

10.
11.
12.
13.

14.
15.

16.

17.
18.
19.

20. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De vooruitkoppeling is defect.
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De wegrijkoppeling is defect.
De speling van de eindplaat van de wegrijkoppeling is onjuist.
De toevoerleiding van de wegrijkoppeling is beschadigd of onrond.
De pomp van de automatische transmissievloeistof is versleten, klemt, of er zit vreemd materiaal in de pomp van de automatische transmissievloeistof.
Laag ATF peil
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De verbindingsleidingen van de automatische transmissievloeistof zijn versleten of beschadigd.
De snelheidssensors van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie zijn defect.
De snelheidssensor van de CVT is defect.
De PCM is defect.
De transmissiebereikschakelaar is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer de druk van de vooruitkoppeling.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Inspecteer de koppelingszuiger, de terugslagklep van de koppelingszuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Inspecteer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de koppeling. Als de speling buiten de specificaties ligt, de koppelingsschijven en platen controleren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de koppeling afstellen.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Het afslagtoerental is laag. 1.

2.

3.
4.
5.

6.

7.
8.
9.

10.

11. 
Het tussenhuis is versleten of beschadigd.
De toevoerleiding van de poeliedruk is beschadigd of onrond.
De wegrijkoppeling is defect.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
De snelheidssensors van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie zijn defect.
De snelheidssensor van de CVT is defect.
De PCM is defect.
De transmissiebereikschakelaar is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect.
Het motorvermogen is laag. 
  • Controleer de druk van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie, en de smeerdruk. De meting van de smeerdruk is laag of er is geen smeerdruk. Controleer de pomp van de automatische transmissievloeistof.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 
De motor schokt bij het wegrijden. 1.
2.
3.
4.

5.

6.
7.
8. 
De wegrijkoppeling is defect.
De automatische transmissievloeistof is kwalitatief slecht.
Het kleppenhuis is defect.
Het regelkleppenhuis is defect.
De snelheidssensors van de aandrijfpoelie en de aangedreven poelie zijn defect.
De snelheidssensor van de CVT is defect.
De PCM is defect.
Het systeemgeheugen van de wegrijkoppelingsregeling in de PCM is defect. 
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op loszittende solenoïdestekkers.
  • Controleer het ATF peil en controleer de ATF koelerleidingen op lekkage en losse verbindingen. Spoel indien nodig de ATF koelerleidingen door.
  • Kalibreer de wegrijkoppelingsregeling.
 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Transmissiegeluid hoorbaar in de stand R 1.
2.

3.

4.
5.

6.
7.
8.

9.


10.


11.

12.

13. 
De achteruitrem is defect.
De zuiger van de achteruitrem zit vast, is versleten of is beschadigd.
De terugtrekveren/schotel van de achteruitrem is versleten of is beschadigd.
De ingaande as is versleten of beschadigd.
De planeetwieldrager is versleten of beschadigd.
Het zonnewiel is versleten of beschadigd.
Het kroonwiel is versleten of beschadigd.
Het naaldlager van de ingaande as is vastgelopen of beschadigd.
Druknaaldlager van planeetwieldrager is vastgelopen, versleten of beschadigd.
De drukring van de planeetwieldrager is vastgelopen, versleten of beschadigd.
De vergrendelhendel is versleten of beschadigd.
De parkeerpal en de palas zijn versleten of beschadigd.
De parkeerpalveer is versleten of beschadigd. 
  • Controleer de druk van de achteruitrem.
  • Inspecteer de remzuiger en de O-ringen. Controleer de veerschotel op slijtage en beschadiging. Controleer de speling tussen de eindplaat en bovenste plaat van de achteruitrem. Als de speling buiten de specificaties ligt, de achteruitremschijven en platen inspecteren op slijtage en beschadiging. Als de schijven en platen versleten of beschadigd zijn, deze als geheel vervangen. Als ze nog goed zijn, de speling met de eindplaat van de achteruitrem afstellen.
  • Controleer het naaldlager en de drukringen van de planeetwieldrager op slijtage en beschadiging. Als het naaldlager of de drukring versleten of beschadigd is, het lager of de ring vervangen, en de speling afstellen met de afdichtdrukring.
 
De schakelhendel werkt niet soepel. 1.

2.
3.

4.
5.

6.

7.

8.
9. 
De vergrendelhendel is versleten of beschadigd.
De bedieningshendel is versleten of beschadigd.
De parkeerpal en de palas zijn versleten of beschadigd.
Het parkeertandwiel is versleten of beschadigd.
De parkeerpalveer is versleten of beschadigd.
De schakelkabel is gebroken of niet goed afgesteld.
De hendel en pen van de regelbare klep zijn versleten.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De transmissiebereikschakelaar is defect. 
Controleer op een loszittende schakelkabel aan de keuzehendel en de transmissieregelas. 

Symptoom Waarschijnlijke oorzaken Opmerkingen 
Transmissie schakelt niet in stand P, of transmissie kan niet vanuit stand P schakelen 1.

2.
3.

4.
5.

6.

7.

8.
9.
10. 
De vergrendelhendel is versleten of beschadigd.
De bedieningshendel is versleten of beschadigd.
De parkeerpal en de palas zijn versleten of beschadigd.
Het parkeertandwiel is versleten of beschadigd.
De parkeerpalveer is versleten of beschadigd.
De schakelkabel is gebroken of niet goed afgesteld.
De hendel en pen van de regelbare klep zijn versleten.
Het regelbare-kleppenhuis is defect.
De PCM is defect.
De transmissiebereikschakelaar is defect. 
  • Controleer op een loszittende schakelkabel aan de schakelhendel en de transmissieregelas.
  • Controleer de montage van de parkeerpalveer.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.
 
A/T schakelhendelstand controlelampje geeft de schakelhendelstanden niet aan - Mechanisme 1.

2.

3. 
De vergrendelhendel is versleten of beschadigd.
De schakelkabel is gebroken of niet goed afgesteld.
De transmissiebereikschakelaar is defect. 
  • Controleer op een loszittende schakelkabel aan de schakelhendel en de transmissieregelas.
  • Controleer het D-controlelampje en controleer op een losse stekker van de transmissiebereikschakelaar.