| 1. | Sluit een toerenteller aan. |
| 2. | Start de motor. Handhaaf het motortoerental op 3.000 omw/min (min-1) onbelast (in parkeer- of vrijstand) totdat de koelventilator aanslaat en laat de motor dan stationair draaien. |
| 3. | Controleer het stationair toerental. |
| 4. | De CO-meter opwarmen en kalibreren conform de aanwijzingen van de fabrikant. |
| 5. | Controleer de CO-waarde bij stationair toerental met de koplampen, aanjagerverwarming, achterruitverwarming, koelventilator en airco uit. Aangegeven CO%: Behalve IN-model: maximaal 0,1 % IN-model: 1,0±1,0 %
|