| 1. | Verwijder de dakbekleding. |
| 2. | Sluit de ruit (A) volledig met de zonnedaksleutel:
|
| 3. | Maak met een steeksleutel de bevestigingsbouten van de eindschakelaar (C) los. |
| 4. | Afstelling van de eindschakelaar (D):
|
| 5. | Breng met de zonnedaksleutel, de ruit (A) naar de één-stoppositie.
|
| 6. | Maak met een steeksleutel de bevestigingsbouten (C) van de positieschakelaar los. |
| 7. | Afstelling van de eindschakelaar (D):
|
| 8. | Controleer de werking van de ruit door de zonnedakschakelaar in werking te stellen:
|
| 9. | Controleer op waterlekkage. Laat het water vrij stromen uit een slang zonder mondstuk. Gebruik geen water onder hoge druk. |