Uitbouwen/inbouwen hemelbekleding

Uitbouwen/inbouwen hemelbekleding

OPMERKING:

1.Verwijder deze onderdelen:


2.Verwijder de doppen (A), en verwijder de zelftappende ET-schroeven aan beide kanten, en verwijder vervolgens het zonnescherm (A) en de houder (B).

 

3.Verwijder de doppen (A). Verwijder de zelftappende ET-schroeven, en verwijder vervolgens de handgreep (B). Verwijder de resterende handgrepen.

 

4.Verwijder de dakbekleding (A).

-1 Verwijder de bovenste delen van de resterende afwerking van de middelste dakstijl (B) en achterzijruitstijlen (C).
-2 Maak de klemmen (D) los van de dakbekleding.
-3 Verwijder de resterende afwerking van de voorportieropening (E) en achterportieropening (F) van elk dakdeel.
-4 Met zonnedak: Verwijder de stekker (G). Met een assistent de klemmen (H) losmaken, en maak de bevestigingsmiddelen (I) los door het voorste deel van de dakbekleding naar beneden te trekken.
-5 Laat de dakbekleding zakken.
-6 Zonder zonnedak: Verwijder de schuimtape (J), en verwijder vervolgens de interne kabelboom (K) van de dakbekleding.


Met zonnedak: 

Zonder zonnedak: 

5.Verwijder de dakbekleding door de achterklepopening.

6.Indien nodig de haken (A) losmaken, en verwijder vervolgens de voorste plaat (B) aan de zijkant van het dak en de achterste plaat (C) aan de zijkant van het dak.

 

7.Monteer de bekleding in omgekeerde volgorde van het uitbouwen en let daarbij op het volgende:

  • Wees voorzichtig bij het opnieuw aanbrengen van de dakbekleding door de achterklepopening, dat u deze niet vouwt of knikt. Wees tevens voorzichtig dat u geen krassen maakt op de carrosserie.
  • Vervang eventueel beschadigde klemmen, en vervang de schuimtape.
  • Als de draden op een bevestigingsschroef van een zonnescherm of handgreep versleten zijn, een overmaat zelftappende ET-schroef gebruiken die speciaal voor deze toepassing is gemaakt.
  • Controleer of beide kanten van de dakbekleding goed aan de bekleding zijn bevestigd.