| 1. | Vervang de remslang (C) als de slang verdraaid of gescheurd is of lekt.
|
| 2. | Maak de klemmetjes los en verwijder de wielsensorkabel (B) van de bevestigingsbeugel van de remslang A. |
| 3. | Maak de remleiding los van de remslangverbinding (A) met een 10 mm moersleutel (B).
|
| 4. | Maak de bevestigingsbeugel van de remslang (A) los.
|
| 5. | Maak de bevestigingsbeugel van de remslang los van de remslangverbinding (B). |
| 6. | Verwijder de banjobout (A) en maak de remslang (B) los van de remklauw.
|
| 7. | Verwijder de remslang van de demperbeugel (C) en gooi deze weg. |
| 8. | Monteer de nieuwe remslang (A) op de demperbeugel (B) met eerst de 8 mm flensbout.
|
| 9. | Sluit de remslang aan op de remklauw met de banjobout (C) en nieuwe afdichtringen (D). |
| 10. | Monteer de bevestigingsbeugel (A) van de remslang op de remslangverbinding (B) met de 8 mm flensbout door pen (C) af te stellen op gat (D).
|
| 11. | Monteer de bevestigingsbeugel van de remslang (A) met de 6 mm flensbouten. Zorg dat de remslang niet wordt verdraaid. |
| 12. | Sluit remleiding (A) aan op de remslangverbinding (B).
|
| 13. | Bevestig de wielsensorkabel (B) op de bevestigingsbeugel van de remslang (A) met klemmetjes, zoals afgebeeld.
|
| 14. | Na het monteren van de remslang, het remsysteem ontluchten. |
| 15. | Voer de volgende controle uit:
|