Het regelmatig inademen van stof van remblokken kan nadelig zijn voor de gezondheid, ongeacht de samenstelling van het materiaal.
|
| 1. | Krik de achterkant van het voertuig op en zorg dat het goed wordt ondersteund. Verwijder de achterwielen. |
| 2. | Zet de handrem vrij en verwijder de trommel van de achterrem.
|
| 3. | Controleer de wielcilinder (A) op lekkage.
|
| 4. | Controleer de remvoeringen (B) op barsten, verglazing, slijtage of vuil. |
| 5. | Meet de dikte van de remvoering (C). De dikte van de remschoen niet mee meten.
| ||||||
| 6. | Als de dikte van de remvoering minder is dan de slijtagegrens, alle remschoenen als geheel vervangen. |
| 7. | Controleer of de naaflager soepel werkt. Als onderhoud nodig is, vervangen. |
| 8. | Meet de binnendiameter van de remtrommel met een caliberpasser.
| ||||||
| 9. | Als de binnendiameter van de remtrommel de slijtagegrens overschrijdt, de remtrommel vervangen. |
| 10. | Controleer de remtrommel op inkepingen, groeven, corrosie en scheuren. |