Motoroliepomp reviseren

Motoroliepomp reviseren

Onderdelen, gedemonteerd

 

Oliepomp verwijderen


1.Verwijder de nokkenasketting.

2.Verwijder de oliezeef (A), verwijder daarna de oliepomp (B).

 

Oliepomp inspecteren


1.Verwijder het pompdeksel.

2.Controleer de radiale speling tussen de binnenste (A) en buitenste (B) rotor. Als de radiale speling tussen de binnenste en de buitenste rotor de slijtagegrens overschrijdt, vervangt u de oliepomp.

Radiale speling tussen binnenste en buitenste rotor
Standaard (Nieuw): 0,02-0,14 mm
 
Slijtagegrens: 0,20 mm 

 

3.Controleer de axiale speling tussen de rotor (A) en het pomphuis (B). Als de axiale speling tussen het huis en de rotor de slijtagegrens overschrijdt, vervangt u de oliepomp.

Axiale speling tussen huis en rotor
Standaard (Nieuw): 0,02-0,07 mm
 
Slijtagegrens: 0,15 mm 

 

4.Controleer de radiale speling tussen de buitenste rotor (A) en het pomphuis (B). Als de radiale speling tussen het huis en de buitenste rotor de slijtagegrens overschrijdt, de oliepomp vervangen.

Radiale speling tussen huis en buitenste rotor
Standaard (Nieuw): 0,10-0,18 mm
 
Slijtagegrens: 0,20 mm 


 

5.Inspecteer beide rotors en het pomphuis op krassen of andere beschadigingen. Vervang de onderdelen zo nodig.

6.Monteer het oliepompdeksel.

Oliepomp inbouwen


1.Plaats de paspennen (A) en een nieuwe O-ring (B) op de oliepomp (C), breng daarna de binnenste rotor in lijn met de krukas, en monteer de oliepomp.

 

2.Monteer de oliezeef (D) met een nieuwe pakking (E).

3.Monteer de nokkenasketting.