| 1. | Verwijder de nokkenasketting. |
| 2. | Verwijder de oliezeef (A), verwijder daarna de oliepomp (B).
|
| 1. | Verwijder het pompdeksel. |
| 2. | Controleer de radiale speling tussen de binnenste (A) en buitenste (B) rotor. Als de radiale speling tussen de binnenste en de buitenste rotor de slijtagegrens overschrijdt, vervangt u de oliepomp.
|
| 3. | Controleer de axiale speling tussen de rotor (A) en het pomphuis (B). Als de axiale speling tussen het huis en de rotor de slijtagegrens overschrijdt, vervangt u de oliepomp.
|
| 4. | Controleer de radiale speling tussen de buitenste rotor (A) en het pomphuis (B). Als de radiale speling tussen het huis en de buitenste rotor de slijtagegrens overschrijdt, de oliepomp vervangen.
|
| 5. | Inspecteer beide rotors en het pomphuis op krassen of andere beschadigingen. Vervang de onderdelen zo nodig. |
| 6. | Monteer het oliepompdeksel. |
| 1. | Plaats de paspennen (A) en een nieuwe O-ring (B) op de oliepomp (C), breng daarna de binnenste rotor in lijn met de krukas, en monteer de oliepomp.
|
| 2. | Monteer de oliezeef (D) met een nieuwe pakking (E). |
| 3. | Monteer de nokkenasketting. |