| 1. | Meet de speling tussen klepsteel en klepgeleider. Als de klepgeleiders versleten zijn, vervangt u deze voordat u de klepzittingen uitsnijdt. |
| 2. | Vernieuw de klepzittingen in de cilinderkop met een klepzittingfrees.
|
| 3. | Frees voorzichtig een zitting van 45°. Verwijder daarbij niet meer materiaal dan nodig is om een gladde en concentrische zitting te verkrijgen. |
| 4. | Kant de boven- en onderkant af in een hoek zoals is afgebeeld. Controleer de breedte van de zitting en pas die dienovereenkomstig aan.
|
| 5. | Ga met de frees van 45° nog een keer lichtjes over de zitting om eventuele bramen van de andere frezen te verwijderen.
| ||||||||||||
| 6. | Controleer na het bewerken van de zitting of de klepzitting vlak is: Breng Pruisisch blauw aan (A) op het klepvlak. Zet de klep op zijn oorspronkelijke plaats in de kop, til de klep een aantal malen op en laat deze tegen de zitting springen.
|
| 7. | Het eigenlijk klepsluitvlak (B), dat door het Pruisisch blauw wordt weergegeven, moet zich midden op de klepzitting bevinden.
OPMERKING: De laatste freesbewerking moet altijd met de frees van 45° worden uitgevoerd. |
| 8. | Plaats de inlaat- en uitlaatkleppen in de cilinderkop en meet de montagehoogte van de klepsteel (A).
|
| 9. | Als de hoogte van de gemonteerde klepsteel buiten de slijtagegrens ligt, vervangt u de klep en controleert u opnieuw. Als de hoogte dan nog steeds boven de slijtagegrens ligt, vervangt u de cilinderkop; de klepzitting is dan te diep. |