VSA systeembeschrijving (Met VSA)

VSA systeembeschrijving

VSA-regeleenheid, invoer en uitvoer voor 46-pins stekker

 

Aansluiting nummer Draadkleur Aansluitingsteken Omschrijving Meting (Maak de 46-pins stekker van de VSA
regeleenheid los) 
Aansluiting Voorwaarden Spanning 
RED/ YEL ST-A Spoort signaal van stuurhoeksensor op 2-GND Contactschakelaar op AAN (II)
Draai langzaam aan het stuurwiel. 
Ongeveer 1-4 V afwisselend 
BLU/ RED WALP Stuurt ABS-controlelampje aan 4-GND Contactschakelaar op AAN (II) Accuspanning 
WHT/ BLK STOP Detecteert remschakelaarsignaal 6-GND ——— ——— 
BLU/ YEL RR-GND Detecteert signaal van wielsensor rechtsachter ——— ——— ——— 
PNK/ BLK VSA WL Stuurt VSA-controlelampje aan 9-GND Contactschakelaar op AAN (II) Accuspanning 
10 GRY/ RED RL-GND Detecteert signaal van wielsensor links achter ——— ——— ——— 
11 YEL/ RED RL +B Detecteert signaal van wielsensor links achter positief ——— ——— ——— 
13 BRN/ WHT FL-GND Detecteert signaal van wielsensor links voor ——— ——— ——— 
14 BLU UIT-SCHAKELAAR Detecteert signaal VSA uit-schakelaar 14-GND Contactschakelaar op AAN (II) Druk op knop Accuspanning 
Laat knop los 0 V 
15 RED/ WHT K-LIJN Communicatie met de HDS ——— ——— ——— 
16 BRN/ YEL EBD Stuurt remsysteemcontrolelampje aan 16-GND Contactschakelaar op AAN (II) Accuspanning 
25 YEL/ RED ST-B Spoort signaal van stuurhoeksensor op ——— ——— ——— 
26 BLU/ WHT ST-Z Spoort signaal van stuurhoeksensor op ——— ——— ——— 
27 GRN/ RED PARKEER Spoort signaal handremschakelaar op 27-GND Contactschakelaar op AAN (II) Handrem aangetrokken 0 V 
hendel vrij Accuspanning 
28 BLU FR-GND Detecteert signaal van wielsensor rechts voor ——— ——— ——— 

Aansluiting nummer Draadkleur Aansluitingsteken Omschrijving Meting (Maak de 46-pins stekker van de VSA
regeleenheid los) 
Aansluiting Voorwaarden Spanning 
29 GRN/ BLK FR +B Detecteert signaal van wielsensor rechts voor positief ——— ——— ——— 
30 GRN/ YEL RR +B Detecteert signaal van wielsensor rechtsachter positief ——— ——— ——— 
33 YEL/ BLK SVCC Stroombron voor sensoren ——— ——— ——— 
34 BLU/ ORN FL +B Detecteert signaal van wielsensor links voor positief ——— ——— ——— 
35 ORN SGND Massa voor sensoren ——— ——— ——— 
37 GRN/ YEL ACT LMP Stuurt informatiecontrolelampje aan 37-GND Contactschakelaar op AAN (II) Accuspanning 
38 RED CAN-L F-CAN communicatiecircuit ——— ——— ——— 
39 WHT CAN-H F-CAN communicatiecircuit ——— ——— ——— 
40 YEL IG1 Voeding voor activering van het systeem 40-GND Contactschakelaar op AAN (II) Accuspanning 
43 BLK GND2 Massa voor de VSA-modulatorregeleenheid ——— ——— ——— 
44 WHT/ GRN +B FSR Voeding voor het fail-safe relais 44-GND Altijd Accuspanning 
45 WHT/ RED MR +B Voeding voor het motorrelais 45-GND Altijd Accuspanning 
46 BLK GND1 Massa voor de pompmotor ——— ——— ——— 

ABS-kenmerken

Als het rempedaal tijdens het rijden wordt ingedrukt, kunnen de wielen blokkeren vóórdat het voertuig tot stilstand komt. Als de voorwielen geblokkeerd zijn, is het voertuig minder goed onder controle te houden en zal bij blokkering van de achterwielen de stabiliteit van het voertuig worden verminderd, waardoor er een bijzonder gevaarlijke situatie ontstaat. Het ABS regelt zeer nauwkeurig de mate van wielslip om ervoor te zorgen dat de banden maximaal grip hebben, waarmee de bestuurbaarheid en stabiliteit van het voertuig wordt verzekerd.
Het ABS berekent de mate van wielslip op basis van de voertuigsnelheid en het wieltoerental, en regelt vervolgens de remvloeistofdruk zodat de beoogde mate van slippen wordt gerealiseerd.

Gripkracht van banden in combinatie met wegoppervlak 

TCS-kenmerken

Het TCS zorgt voor tractie op lage snelheid. Als een wiel tractie verliest op een glad wegoppervlak en in een spin begint te raken, stuurt de VSA-regeleenheid een remsignaal naar de modulatoreenheid, die vervolgens remdruk uitoefent om het ronddraaiende wiel af te remmen. Op dat tijdstip stuurt de VSA-regeleenheid een tractieregelsignaal om het motorvermogen te verlagen.

 

VSA-systeemkenmerken


Controle op over-sturen


 

Controle op onder-sturen (bij acceleratie)


 

Modulatoreenheid


De modulatoreenheid bestaat uit een inlaatsolenoïde, uitlaatsolenoïde, VSA normaal open (NO) solenoïde, VSA normaal gesloten (NC) solenoïde, reservoir, pomp, pompmotor en de dempingskamer.
De modulator regelt rechtstreeks de vloeistofdruk in de remklauw. Het is een modulator van het rondpomptype aangezien de remvloeistof door de remklauw, het reservoir en de hoofdcilinder circuleert.
De hydraulische regeling heeft drie standen: Drukverhoging, drukbehoud en drukvermindering.
Het hydraulische circuit is een onafhankelijk vierkanaalstype met voor ieder wiel een kanaal.

ABS-regeling


Stand drukverhoging

VSA NO klep open, VSA NC klep gesloten, inlaatklep open, uitlaatklep gesloten.
Vloeistof uit hoofdcilinder wordt naar buiten naar de remklauw gepompt.

pompmotor

Bij aanvang van de modus druk verminderen is de pompmotor AAN. Wanneer het ABS wordt gestopt, is de pompmotor UIT.
De vloeistof wordt door de pomp uit het reservoir gepompt en via de dempingkamer naar de hoofdcilinder geleid.

 

Stand drukbehoud

VSA NO klep open, VSA NC klep gesloten, inlaatklep gesloten, uitlaatklep gesloten.
Vloeistof in de remklauw wordt vastgehouden door de inlaatklep en de uitlaatklep.

 

Stand drukvermindering

VSA NO klep open, VSA NC klep gesloten, inlaatklep gesloten, uitlaatklep open.
Vloeistof uit de remklauw stroomt via de uitlaatklep naar het reservoir.

 



TCS-regeling


Stand drukverhoging

VSA NO klep gesloten, VSA NC klep open, inlaatklep open, uitlaatklep gesloten, pompmotor AAN.
De vloeistof wordt door de pomp uit het reservoir en de hoofdcilinder gepompt en via de dempingkamer naar de voorste remklauw geleid.

 

Stand drukbehoud

VSA NO klep open, VSA NC klep open, inlaatklep gesloten, uitlaatklep gesloten, pompmotor AAN.
Vloeistof in de voorste remklauw wordt vastgehouden door de inlaatklep en de uitlaatklep.

 



Stand drukvermindering

VSA NO klep gesloten, VSA NC klep open, voorste inlaatklep gesloten, voorste uitlaatklep open, pompmotor AAN.
Vloeistof uit de remklauw stroomt via de uitlaatklep naar het reservoir.

 

VSA-regeling


Stand drukverhoging

VSA NO klep gesloten, VSA NC klep open, inlaatklep open, uitlaatklep gesloten, pompmotor AAN.
De vloeistof wordt door de pomp uit het reservoir en de hoofdcilinder gepompt en via de dempingkamer naar de voorste en achterste remklauwen geleid.

 



Stand drukbehoud

VSA NO klep gesloten, VSA NC klep open, inlaatklep gesloten, uitlaatklep gesloten, pompmotor AAN.
Vloeistof in de voorste en achterste remklauwen wordt vastgehouden door de inlaatklep en de uitlaatklep.

 

Stand drukvermindering

VSA NO klep gesloten, VSA NC klep open, inlaatklep gesloten, uitlaatklep open, pompmotor AAN.
Vloeistof uit de remklauw stroomt via de uitlaatklep naar het reservoir.