| 1. | Controleer zekering nr. 10 (7,5 A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 2. NEE - Vervang de zekering en controleer opnieuw.n |
| 2. | Maak de 28-pins stekker van de klimaatregeleenheid los. |
| 3. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 4. | Meet de spanning tussen aansluiting nr. 3 van de 28-pins stekker van de klimaatregeleenheid en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 5. NEE - Repareer onderbreking in de bedrading tussen Nr. 10 zekering in de zekeringkast en de klimaatregeleenheid.n |
| 5. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 6. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 5 van de 28-pins stekker van de klimaatregeleenheid en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Controleer op losse draden en slechte verbindingen bij de 28-pins stekker van de klimaatregeleenheid. Als de aansluitingen goed zijn, vervang dan door een beslist goede klimaatregeleenheid en controleer opnieuw. Als de storing niet terugkeert, dient de oorspronkelijke klimaatregeleenheid te worden vervangen.n NEE - Controleer op draadbreuk in de draden tussen de klimaatregeleenheid en de carrosseriemassa. Als de draad in orde is, controleer dan op slechte massa bij G402.n |