| 1. | Inspecteer de elektroden en de keramische isolator.
|
| 2. | Controleer de elektrodenafstand (A). Als de afstand groter is dan normaal, deze met het juiste gereedschap opnieuw afstellen.
| ||||
| 3. | Vervang de bougie volgens de voorgeschreven onderhoudstermijn of als de middenelektrode afgerond is (A). Gebruik alleen bougies die op de lijst staan.
| ||||||||||||||
| 4. | Breng een beetje smeer (tegen vastlopen) aan op de schroefdraad van de bougies en schroef deze handvast in de cilinderkop. Draai deze aan tot 18 N·m (1,8 kgf·m). |