| 1. | Zet de contactschakelaar op AAN (II), start de motor en kijk naar het EPS-controlelampje. Brandt het EPS-controlelampje? JA - Als het EPS-controlelampje aan en uit gaat, is het in orde. Als het EPS-controlelampje gaat en blijft branden, altijd controleren op kortsluiting met massa in het SCS-circuit. NEE - Ga naar 2. |
| 2. | Zet de contactschakelaar op UIT, dan weer AAN (II) en kijk naar het controlelampje van het remsysteem. Gaat het controlelampje voor de remmen branden? JA - Ga naar 3. NEE - Repareer onderbrekingen in de voedingsstroomkring van het controlelampje:n
|
| 3. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 4. | Maak de 20-pins stekker van de metereenheid los. |
| 5. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 6. | Meet de spanning tussen de metereenheid stekker aansluiting nr. 2 en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 7. NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen de metereenheid en zekering nr. 3 METER (7,5 A).n |
| 7. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 8. | Controleer of het EPS-controlelampje in de metereenheid zit. Is het gloeilampje in orde? JA - Ga naar 9. NEE - Repareer het gloeilampje van het EPS-controlelampje.n |
| 9. | Sluit de 20-pins stekker van de metereenheid aan op de metereenheid. |
| 10. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 11. | Sluit de stekkeraansluiting nr. 26 van de 30-pins connector van de metereenheid met een hulpdraad aan op de carrosseriemassa.
Brandt het EPS-controlelampje? JA - Ga naar 12. NEE - Vervang de printplaat van het lampje uit de metereenheid.n |
| 12. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 13. | Maak de negatieve kabel van de accu los. |
| 14. | Maak EPS-regeleenheidstekker B (14-pins) los. |
| 15. | Sluit de min-kabel van de accu weer aan. |
| 16. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 17. | Verbind stekkeraansluiting nr. 13 van de 14-pins connector B van de EPS-regeleenheid met een hulpdraad met de carrosseriemassa.
Brandt het EPS-controlelampje? JA - Ga naar 18. NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen de metereenheid en de EPS-regeleenheid.n |
| 18. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 19. | Maak de negatieve kabel van de accu los. |
| 20. | Maak stekker A (4-pins) van de EPS-regeleenheid los. |
| 21. | Controleer op doorverbinding tussen de carrosseriemassa en EPS-regeleenheidstekker A (4-pins) aansluiting nr. 4 en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Ga naar 22. NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen de EPS-regeleenheid en de carrosseriemassa (G451).n |
| 22. | Sluit de min-kabel van de accu weer aan. |
| 23. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 24. | Meet de spanning tussen aansluiting nr. 6 van 14-pins stekker B van de EPS-regeleenheid en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 25. NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen de 14-pins stekker B van de EPS-regeleenheid en zekering nr. 3 METER (7,5 A).n |
| 25. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 26. | Start de motor. Gaat het EPS-controlelampje uit? JA - Ga naar 27. NEE - Repareer kortsluiting naar massa in de draad tussen het EPS-controlelampje en de EPS-regeleenheid.n |
| 27. | Controleer de printplaat van het gloeilampje in de metereenheid. Is deze in orde? JA - Controleer op losse stekkers in de EPS-regeleenheid. Vervang indien noodzakelijk door een ECM-regeleenheid waarvan u zeker weet dat deze goed is en controleer nogmaals.n NEE - Vervang de printplaat van het lampje uit de metereenheid.n |