| 1. | Sluit de HDS of het scanapparaat aan. |
| 2. | Zet de contactschakelaar AAN (II) en lees de aanduiding van het scanapparaat/Honda PGM-tester. Communiceert de HDS of het scanapparaat met de ECM/PCM? JA - Ga naar 3. NEE - Ga naar storingzoeken ”DLC circuit”. |
| 3. | Controleer de HDS of het scanapparaat op DTC's. Worden DTC's aangegeven? JA - Ga naar storingzoeken voor de aangegeven DTC. NEE - Ga naar 4. |
| 4. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 5. | Zet de contactschakelaar AAN (II) en kijk naar het storingsindicatielampje (MIL). Gaat het defectsignaleringslampje (MIL) branden en blijft het aan? JA - Als het MIL altijd aan gaat en aan blijft, gaat u naar 81. Werkt het MIL daarentegen soms normaal, controleer dan eerst de volgende punten.
NEE - Als het MIL altijd uit is, ga dan naar 6*1 (ga naar 13). Werkt het MIL daarentegen soms normaal, controleer dan eerst de volgende punten.
|
| 6. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 7. | Druk op de knop van de traagheidsschakelaar. |
| 8. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Blijft het MIL 2 seconden branden nadat de contactschakelaar AAN (II) is gezet? JA - Periodiek optredende storing, systeem is in orde op dit moment.n NEE - Ga naar 9. |
| 9. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 10. | 3-pins stekker van veiligheidsschakelaar losmaken. |
| 11. | Verbind aansluitingen 1 en 3 van de 3-pins stekker van de traagheidsschakelaar met een hulpdraad.
|
| 12. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Blijft het MIL 2 seconden branden nadat de contactschakelaar AAN (II) is gezet? JA - Vervang de traagheidsschakelaar..n NEE - Ga naar 13. |
| 13. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 14. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Brandt het controlelampje lage oliedruk? JA - Ga naar 17. NEE - Ga naar 15. |
| 15. | Controleer zekering nr. 3 (7,5 A) in de zekering-/relaiskast onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 16. NEE - Repareer de kortsluiting in de draad tussen zekering nr. 3 (7,5 A) en de metereenheid. Vervang ook zekering nr. 3 (7,5 A).n |
| 16. | Controleer zekering nr. 6 (40 A) in het zekeringen-/relaiskastje onder de motorkap. Is de zekering in orde? JA - Repareer de breuk in de draad tussen zekering Nr. 6 (40 A) en het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard. Als de bedrading in orde is, test u de contactschakelaar.n NEE - Repareer de kortsluiting in de draad tussen zekering nr. 6 (40 A) en het zekeringen-/relaiskastje onder de motorkap. Vervang ook zekering nr. 6 (40 A).n |
| 17. | Probeer de motor te starten. Start de motor? JA - Ga naar 18. NEE - Ga naar 21. |
| 18. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 19. | Verbind stekkeraansluiting E31 van ECM/PCM en de carrosseriemassa met een hulpdraad.
|
| 20. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Brandt het MIL? JA - Update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of vervang deze door een ECM/PCM waarvan u zeker weet dat die goed werkt en controleer opnieuw. Als het symptoom/de aanduiding verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/ PCM.n NEE - Controleer of er een breuk zit in de draad tussen de ECM/PCM (E31) en de instrumenteneenheid. Controleer ook of het MIL-lampje is gesprongen. Als de draden en de gloeilamp in orde zijn, moet de metereenheid worden vervangen.n |
| 21. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 22. | Controleer zekering nr. 14 (15 A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 30. NEE - Ga naar 23. |
| 23. | Verwijder de doorgebrande zekering Nr. 14 (15 A) in de zekeringen-/relaiskast onder het dashboard. |
| 24. | Verwijder het zekeringdeksel. |
| 25. | Verwijder het PGM-FI-hoofdrelais 1 (A) uit het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard.
|
| 26. | Controleer op doorverbinding tussen de carrosseriemassa en afzonderlijke aansluitingen 2 en 3 van de 4-pins stekker voor PGM-FI hoofdrelais 1.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen zekering nr. 14 (15 A) en het PGM-FI-hoofdrelais 1. Vervang ook zekering nr. 14 (15 A).n NEE - Ga naar 27. |
| 27. | Ontkoppel alle onderdelen of de onderstaande stekkersensors. Doe dit een voor een en controleer op doorverbinding tussen aansluiting 1 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Ga naar 28. NEE - Vervang het onderdeel dat doorverbinding met carrosseriemassa ophief toen het werd losgemaakt. Als het onderdeel de ECM /PCM is, update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM, en controleer opnieuw. Als het symptoom/de indicatie verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/PCM. |
| 28. | Maak de stekkers van de volgende onderdelen los.
|
| 29. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting 1 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Kortsluiting repareren in de draad tussen PGM-FI hoofdrelais 1 en elk onderdeel. Vervang ook zekering nr. 14 (15 A).n NEE - Vervang PGM-FI-hoofdrelais 1. Vervang ook zekering nr. 14 (15 A).n |
| 30. | Controleer zekering nr. 11 (15 A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 41. NEE - Ga naar 31. |
| 31. | Verwijder de doorgebrande zekering Nr. 11 (15 A) in de zekeringen-/relaiskast onder het dashboard. |
| 32. | Maak ECM/PCM-stekker E (31-pins) los. |
| 33. | Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting E9 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Ga naar 34. NEE - Vervang zekering nr. 11 (15A) en update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM, en controleer opnieuw. Als het symptoom/de aanduiding verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/ PCM.n |
| 34. | Verwijder het zekeringdeksel. |
| 35. | Verwijder het PGM-FI-hoofdrelais 2 (A) uit het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard.
|
| 36. | Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting E9 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen zekering nr. 11 (15 A) en de ECM/PCM (E9), of zekering nr. 11 (15A) en het PGM-FI hoofdrelais 2. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n NEE - Ga naar 37. |
| 37. | Maak de 5-pins stekkers van de brandstofpomp los. |
| 38. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 5 van de 5-pins stekker van de brandstofpomp en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen de brandstofpomp en PGM-FI-hoofdrelais 2. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n NEE - Ga naar 39. |
| 39. | Plaats het PGM-FI-hoofdrelais 2 (A) weer terug.
|
| 40. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 5 van de 5-pins stekker van de brandstofpomp en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Vervang PGM-FI-hoofdrelais 2. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n NEE - Controleer de brandstofpomp en vervang deze zo nodig. Vervang ook zekering nr. 11 (15 A).n |
| 41. | Maak ECM/PCM-stekker E (31-pins) los. |
| 42. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 43. | Meet de spanning tussen ECM-stekkeraansluiting E29 en carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 44. NEE - Repareer de breuk in de draad tussen zekering nr. 11 (15 A) en de ECM/PCM (E9).n |
| 44. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 45. | Meet de spanning tussen ECM/PCM-stekkeraansluiting E7 en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 50. NEE - Ga naar 46. |
| 46. | Verwijder het zekeringdeksel. |
| 47. | Verwijder het PGM-FI-hoofdrelais 1 (A) uit het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard.
|
| 48. | Meet de spanning tussen aansluiting 3 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 49. NEE - Repareer de breuk in de draad tussen zekering nr. 20 (15 A) en het PGM-FI hoofdrelais 1.n |
| 49. | Controleer de doorverbinding tussen aansluiting 4 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de stekkeraansluiting E7 van de ECM/PCM.
Is er doorverbinding? JA - Test het PGM-FI hoofdrelais 1. Is het relais in orde, werk dan de ECM/PCM bij als deze niet de meest recente software heeft, of vervang deze door een beslist-goede ECM/PCM, en controleer vervolgens opnieuw. Als het symptoom/de aanduiding verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/ PCM.n NEE - Repareer de draadbreuk in de draad tussen PGM-FI-hoofdrelais 1 en de ECM/PCM (E7).n |
| 50. | Maak ECM-stekker E (31-pins) weer vast. |
| 51. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 52. | Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A2 en A3 afzonderlijk.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 60. NEE - Ga naar 53. |
| 53. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 54. | Verwijder het zekeringdeksel. |
| 55. | Verwijder het PGM-FI-hoofdrelais 1 (A) uit het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard.
|
| 56. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 57. | Meet de spanning tussen aansluiting 2 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 58. NEE - Repareer de breuk in de draad tussen zekering nr. 14 (15 A) en het PGM-FI hoofdrelais 1.n |
| 58. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 59. | Controleer de doorverbinding tussen aansluiting 1 van de 4-pins stekker van PGM-FI-hoofdrelais 1 en de stekkeraansluitingen A2 en A3 van de ECM/PCM afzonderlijk.
Is er doorverbinding? JA - Vervang het PGM-FI-hoofdrelais 1.n NEE - Draadbreuk repareren in de draad tussen PGM-FI hoofdrelais 1 en de ECM/PCM (A2, A3).n |
| 60. | Meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM-stekkeraansluitingen A4, A5, A23 en A24 afzonderlijk.
Is de spanning minder dan 0,2 V? JA - Repareer de breuk in de draad/draden die meer dan 0,2 V hadden tussen G101 en ECM/PCM (A4, A5, A23, A24).n NEE - Ga naar 61. |
| 61. | Meet de spanning tussen ECM/PCM-stekkeraansluiting A21 en carrosseriemassa.
Is er ongeveer 5 V? JA - Ga naar 68. NEE - Ga naar 62. |
| 62. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 63. | Maak de 3-pins stekker van al deze sensoren een voor een los en meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM stekkeraansluiting A21 met de contactschakelaar AAN (II).
Is er ongeveer 5 V? JA - Vervang de sensor die 5 V herstelde toen hij los werd gekoppeld.n NEE - Ga naar 64. |
| 64. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 65. | Maak de 3-pins stekkers van de volgende sensoren los.
|
| 66. | Maak de ECM/PCM-stekker A (31-pins) los. |
| 67. | Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting A21 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen ECM/PCM (A21) en de MAP-sensor, de snelheidssensor van de aangedreven poelie van de CVT (CVT) of CVT-snelheidssensor (CVT).n NEE - Update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede ECM/PCM en controleer opnieuw. Als het symptoom/de aanduiding verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/ PCM.n |
| 68. | Meet de spanning tussen ECM/PCM-stekkeraansluiting A20 en carrosseriemassa.
Is er ongeveer 5 V? JA - Zonder verwarming: Ga naar 75. NEE - Ga naar 69. |
| 69. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 70. | Maak de 3-pins stekker van al deze sensoren een voor een los en meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM stekkeraansluiting A20 met de contactschakelaar AAN (II).
Is er ongeveer 5 V? JA - Vervang de sensor die 5 V herstelde toen hij los werd gekoppeld.n NEE - Ga naar 71. |
| 71. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 72. | Maak de 3-pins stekkers van de volgende sensoren los.
|
| 73. | Maak de ECM/PCM-stekker A (31-pins) los. |
| 74. | Controleer de doorverbinding tussen stekkeraansluiting A20 van ECM/PCM en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen de ECM/PCM (A20) en de gasklepstandsensor (TP-sensor), EGR klepstandsensor, snelheidssensor van de aandrijfpoelie van de CVT (CVT) of de afstelling voor het stationairmengsel (IMA) (IN-model).n NEE - Update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of vervang deze door een ECM/PCM waarvan u zeker weet dat die goed werkt en controleer opnieuw. Als het symptoom/de aanduiding verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/ PCM.n |
| 75. | Meet de spanning tussen ECM/PCM-stekkeraansluiting E19 en de carrosseriemassa.
Is de spanning ongeveer 5 V (of accuspanning)? JA - Update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of vervang deze door een ECM/PCM waarvan u zeker weet dat die goed werkt en controleer opnieuw. Als het symptoom/de aanduiding verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/ PCM.n NEE - Ga naar 76. |
| 76. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 77. | Maak de 3-pins stekker van de temperatuurdraaiknop van de airco los en meet de spanning tussen carrosseriemassa en ECM/PCM stekkeraansluiting E19 met de contactschakelaar AAN (II).
Is er ongeveer 5 V? JA - Vervang de temperatuurdraaiknop van de airco.n NEE - Ga naar 78. |
| 78. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 79. | Maak ECM/PCM-stekker E (31-pins) los. |
| 80. | Controleer op doorverbinding tussen ECM/PCM-stekkeraansluiting E19 en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer kortsluiting in de draad tussen de ECM/PCM (E19) en de temperatuurdraaiknop van de airco.n NEE - Update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of vervang deze door een ECM/PCM waarvan u zeker weet dat die goed werkt en controleer opnieuw. Als het symptoom/de aanduiding verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/ PCM.n |
| 81. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 82. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 83. | Meet de spanning tussen ECM/PCM-stekker aansluiting E29 en de carrosseriemassa.
Is de spanning ongeveer 5 V (of accuspanning)? JA - Ga naar 87. NEE - Ga naar 84. |
| 84. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 85. | Maak ECM/PCM-stekker E (31-pins) los. |
| 86. | Controleer de doorverbinding tussen stekker E29 van ECM/PCM en carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Kortsluiting repareren in de draad tussen de datalinkstekker (of de servicestekker) en de ECM/PCM (E29).n NEE - Update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of vervang deze door een ECM/PCM waarvan u zeker weet dat die goed werkt en controleer opnieuw. Als het symptoom/de aanduiding verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/ PCM.n |
| 87. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 88. | Maak ECM/PCM-stekker E (31-pins) los. |
| 89. | Zet de contactschakelaar AAN (II). Is het waarschuwingslampje (MIL) aan? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen de instrumenteneenheid en de ECM/PCM (E31). Als de bedrading in orde is, vervangt u het instrumentenpaneel.n NEE - Update de ECM/PCM als deze niet de meest recente software heeft, of vervang deze door een ECM/PCM waarvan u zeker weet dat die goed werkt en controleer opnieuw. Als het symptoom/de aanduiding verdwijnt met een beslist-goede ECM/PCM, vervang dan de originele ECM/ PCM.n |