CVT Monteren (CVT)

CVT Monteren

Benodigd speciaal gereedschap
Veerspanner van achteruitrem (  07TAE-P4V0110)
 

Wegrijkoppelingzetter (  07TAE-P4V0130)
 



1.Drenk de achteruitremschijven minstens 30 minuten grondig in ATF.

2.Monteer de paspennen (2) (A) en de nieuwe pakking (B) op het transmissiehuis (C).

 

3.Duw de besturingsas (D) in de richting van de buitenkant van het transmissiehuis, monteer dan het tussenhuis (E).

4.Zet de besturingsas terug, en plaats dan de pin (F) in het tussenhuis door de groef op de besturingsas uit te lijnen.

5.Monteer de nieuwe O-ringen (A) op de achteruitrem zuiger (B), monteer dan de zuiger in het tussenhuis (C).

 

6.Monteer de veerhouder/contraveer (D); plaats de contraveren in de veergeleider (E) op de achteruitrem zuiger.

7.Monteer het speciaal gereedschap door de aandrijfpoelieschacht om de contraveer samen te drukken. Controleer of het speciaal gereedschap (veerspanner hulpstuk) over de contraveren is geplaatst, en niet over de achteruitremzuiger.

 

8.Druk de contraveren en controleer tegelijkertijd of het speciaal gereedschap over de contraveren is geplaatst en de veerhoudernokken niet over de achteruitremzuiger lopen.

 

9.Monteer de klemring in het tussenhuis boven de veerhouder, en verwijder het speciaal gereedschap.

10.Controleer of de veerring opening (A) 15 mm en meer bedraagt.

 

11.Monteer de plaatveer (A) op de achteruitremzuiger in de aangegeven richting.

 

12.Beginnen met de achteruit remplaat (B), en daarna wisselend de tussenplaten en de platen (C) monteren. Monteer de achteruit rem eindplaat (D), monteer daarna de borgring (E).

13.Controleer of de borgring een binnendiameter (A) heeft van 143,5 mm of meer, en tevens dat het eindgat van de borgring (B) 18 mm of meer bedraagt.

 

14.Plaats een meetklok (A) op de achteruitrem eindplaat (B).

 

15.Zet de meter van de meetklok op nul en breng de bovenste plaat omhoog (C) zodat de achteruitrem eindplaat op z´n uiterste stand tegen de borgveer (C) aan komt.

16.Maak de koppelingeindplaat vrij door deze in te drukken en plaats het speciaal gereedschap op de achteruitrem eindplaat.

17.Druk de staalplaat naar beneden met 40 N (4 kgf) met een pers en lees de meter (B) af. De meetklok leest de speling (C) tussen de achteruitrem eindplaat (D) en de bovenste plaat (E). Meet op tenminste drie plaatsen en neem het gemiddelde als werkelijke speling.

Standaard: 0,70-0,85 mm 

 

18.Als de speling buiten de tolerantienorm valt, een nieuwe achteruitrem eindplaat selecteren uit de onderstaande tabel.

ACHTERUITREM EINDPLAAT
Plaat nr. Onderdeelnummer Dikte 
22551-P4V-003 3,6 mm 
22551-PWR-000 3,7 mm 
22552-P4V-003 3,8 mm 
22553-PWR-000 3,9 mm 
22553-P4V-003 4,0 mm 
22553-PWR-000 4,1 mm 
22554-P4V-003 4,2 mm 
22554-PWR-000 4,3 mm 
22555-P4V-003 4,4 mm 
22555-PWR-000 4,5 mm 
22556-P4V-003 4,6 mm 
22556-PWR-000 4,7 mm 
22557-P4V-003 4,8 mm 
22558-P4V-003 5,0 mm 


19.Zorg er bij het vervangen van de achteruitrem eindplaat voor, dat de speling binnen de tolerantie valt.

20.Selecteer en monteer de nieuwe eindplaatveer(A).

 

ACHTERUITREM EINDPLAATVEER
Achteruitremplaten Onderdeelnummer Onderscheidingskleur 
2 schijven 22549-PWR-000 Wit 
3 schijven 22549-PWR-900 Lichtblauw 

21.Monteer de borgringhouder (A) over de aandrijfpoelie as (B).

 

22.Omwikkel de aandrijfpoelieas spieën met tape om beschadiging aan de O-ring te voorkomen. Monteer de nieuwe O-ringen (C) in de O-ring groeven van de aandrijfpoelie as, en verwijder dan de tape.

23.Monteer de vooruitkoppeling (D) op de aandrijfpoelie as, plaats dan de borgring (E) om de vooruitkoppeling te borgen.

24.Controleer of de klemring een buitendiameter (A) heeft van 41,4 mm of minder.

 

25.Monteer het ringtandwiel (A) op de vooruitkoppeling (B).

 

26.Monteer de invoeras/planetaire drager (C) door de aandrijfpoelie schacht (D) waarbij het satellietversnellingtandwiel (E) in lijn moet worden gebracht met de vooruitkoppelingsplaten en de planetaire drager met de achteruit remschijven.

27.Monteer de handkleppenhuis scheidingsplaat (A) en paspennen (2) (B) op het tussenhuis, monteer dan het handkleppenhuis (C) en de borgveer (D).

 

28.Monteer de nieuwe O-ringen (A) op de 10,9 mm ATF-leidingen (2) (B), en monteer dan de ATF-leidingen op het handkleppenhuis (C).

 

29.Monteer de 8 mm ATF-leidingen (2) (D) op het handkleppenhuis.

30.Monteer de paspennen (2) (E) en de nieuwe pakking (F) op het tussenhuis, en monteer dan de einddeksel (G).

31.Draai de transmissie einddeksel omlaag.

32.Monteer de afdichtring (A) op het nieuwe secundaire aandrijf/parkeer versnellingstandwiel (B).

 

33.Monteer de parkeerpal (A), palveer (B), pal-as (C), en assleuf (D) op het transmissiehuis, zet dan de regelhefboom in elke willekeurige stand behalve de [P].

 

34.Omwikkel de spieën van de aangedreven poelie-as met tape om schade aan de O-ring te voorkomen, plaats de nieuwe O-ring (E) in de O-ring asgroeven, en verwijder de tape.

35.Monteer het secundaire aandrijf/parkeer tandwiel (F) in de startkoppeling (G), monteer ze hierna op de aangedreven poelie as (H).

36.Trek de hendel (A) van het speciaal gereedschap omhoog, en monteer dan het uiteinde hiervan in de aangedreven poelie as invoer pijpopening, en plaats het speciaal gereedschap op de startkoppeling. Zorg dat er geen vuil of andere deeltjes in de transmissie terechtkomen.

 

37.Duw de hendel (A) van het speciaal gereedschap naar beneden, draai dan de moer vast om het secundaire aandrijf/parkeer tandwiel op de aandrijfpoelie as te zetten.

 

38.Trek de hendel van het speciaal gereedschap omhoog, en verwijder het speciaal gereedschap.

39.Monteer de 25,5 mm halve-maanstukken in de splitpengroef op de aangedreven poelie as, meet daarna de speling tussen de halve-maanstukken (A) en de startkoppelinggeleider (B) met een voelermaat (C). Meet op tenminste drie plaatsen en neem het gemiddelde als werkelijke speling.

Standaard: 0-0,13 mm 

 

40.Als de speling buiten de tolerantienorm valt verwijder dan de halve-maanstukken, en meet hun dikte.

41.Selecteer en monteer de nieuwe 25,5 mm halve-maanstukken als set, en controleer opnieuw of de speling binnen de tolerantienorm valt.

SPLITPENNEN, 25,5 mm
Nr. Onderdeelnummer Dikte 
90429-P4V-000 2,9 mm 
90430-P4V-000 3,0 mm 
90431-P4V-000 3,1 mm 
90432-P4V-000 3,2 mm 


42.Monteer de halve-maanstuk houder en klemring.

43.Controleer of de klemring een buitendiameter (A) heeft van 33,9 mm of minder.

 

44.Plaats het secundaire aangedreven tandwiel (A) op het transmissiehuis door het uit te lijnen met het secundaire aandrijftandwiel, monteer dan de eindaandrijfas (B) door het secundaire aangedreven tandwiel in het transmissiehuis.

 

45.Monteer de afdichtring (C), afdichtnaaldlager (D), afdichtring (E), en de 22 x 28 mm vulplaat (F) op de invoeras (G), en monteer de klemring (H) om ze te borgen.

46.Controleer of de klemring een buitendiameter (A) heeft van 26,3 mm of minder.

 

47.Meet de speling tussen de 22 x 28 mm vulplaat (A) en de klemring (B) met een voelermaat (C). Meet op tenminste drie plaatsen en neem het gemiddelde als werkelijke speling.

Standaard: 0,37-0,65 mm 

 

48.Als de speling buiten de tolerantienorm valt, de 22 x 28 mm vulplaat verwijderen, en meet de dikte.

49.Selecteer en monteer de nieuwe 22 x 28 vulplaat, controleer dan opnieuw of de speling binnen de tolerantie valt.

VULPLAAT, 22 x 28 mm
Nr. Onderdeelnummer Dikte 
90573-P4V-000 1,15 mm 
90574-P4V-000 1,40 mm 
90575-P4V-000 1,65 mm 
90576-P4V-000 1,90 mm 
90577-P4V-000 2,15 mm 
90578-P4V-000 2,40 mm 


50.Als de 22 x 28 mm vulplaat is teruggeplaatst, monteer dan de klemring, en controleer of de buitendiameter van de klemring binnen de tolerantie valt.

51.Monteer het differentieel (A).

 

52.Monteer de paspennen (3) (B) en de nieuwe pakking (C) op het transmissiehuis (D).

53.Monteer de nieuwe O-ring (E) op de 11 x 230,5 mm ATF-leiding (F) en 11 x 134,5 mm ATF-leidingen (G), en monteer ze daarna in het transmissiehuis. Monteer de 8 x 133,5 mm ATF-leiding (H) in het transmissiehuis.

54.Inbouwen van het vliegwielhuis.

55.Monteer het vliegwielhuis (I) op het transmissiehuis.

56.Monteer de paspennen (2) (A) en de nieuwe pakking (B) op het transmissiehuis.

 

57.Monteer de nieuwe O-ring (C) op de ATF-leidingen (8) (D), en monteer ze daarna in het ATF-pashuis in de transmissie.

58.Monteer het regelklephuis (E) op het transmissiehuis.

59.Zet zonodig de besturingshendel in de [N] stand. Knijp de uiteinden van de besturingsas (B) niet samen als naar de [N] stand wordt geschakeld. Als de uiteinden worden samengeknepen geeft dit een foutief signaal of verkeerde positie door de speling tussen de besturingsas en de transmissiebereikschakelaar.

 

60.Lijn de uitsparing (A) uit op het rotatieframe met de neutrale positioneringsuitsparingen (B) op de transmissiebereikschakelaar (C), en steek dan een 2,0 mm voelermaat (D) in de uitsparingen om hem in de N-stand te houden. Zorg ervoor dat een 2,0 mm blad of gelijkwaardig wordt gebruikt om de schakelaar in de N-stand te houden.

 

61.Plaats de transmissiebereikschakelaar (A) voorzichtig op de besturingsas (B) waarbij de N-stand met het 2,0 mm blad (C) op zijn plaats wordt gehouden.

 

62.Draai de bouten op de transmissiebereikschakelaar aan terwijl u de [N] stand blijft houden. Beweeg de transmissiebereikschakelaar niet bij het aandraaien van de bouten.

 

63.Verwijder de voelermaat (A), en monteer het draaiframe deksel (B).

64.Monteer de ontluchtdop (A) met de ontluchtingsopening (B) (tegenover de transmissiebereikschakelaar) naar de ontluchtingspijp (C) gericht.

 

65.Monteer de CVT aandrijfpoelie snelheidsensor, de CVT aangedreven poelie snelheidsensor, de CVT snelheidsensor, de vergrendelsolenoïde, en de ATF peilstok geleidebus met de nieuwe O-ringen.

66.Monteer de ATF-koelerleidingen met de verbindingsbouten en de nieuwe afdichtringen.