| 1. | Verwijder de schakelaar van de elektrisch bediende spiegel (A).
|
| 2. | Trek de 13-pins stekker (B) uit de schakelaar. |
| 3. | Kies op basis van de storing de juiste test: |
| 4. | Controleer de spanning tussen aansluiting nr. 2 en de carrosseriemassa met de contactschakelaar AAN (II). Er moet accuspanning zijn.
|
| 5. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 6 en de carrosseriemassa. Er moet doorverbinding zijn.
|
| 6. | Verbind met behulp van hulpdraden aansluiting nr. 2 met aansluiting nr. 10 en aansluiting nr. 5 (of nr. 12) met carrosseriemassa. De linkerspiegel moet naar beneden kantelen (of naar links zwenken) met de contactschakelaar AAN (II).
|
| 7. | Verbind met behulp van doorverbindingsdraden aansluitklem nr. 2 met aansluitklem nr.11 en aansluitklem nr. 5 (of nr. 13) met carrosseriemassa. De rechterspiegel moet naar beneden kantelen (of naar links zwenken) met de contactschakelaar AAN (II).
|
| 8. | Verbind aansluiting nr. 1 met een hulpdraad aan de carrosseriemassa en controleer de werking van de spiegelverwarming. Beide spiegelverwarmingen moeten warm worden met de contactschakelaar op AAN (II).
|
| 9. | Verbind de aansluitingen nr. 2 en nr. 7 (of nr. 8) en de aansluitingen nr. 8 (of nr. 7) en nr. 6 met behulp van hulpdraden en controleer de werking van het intrekmechanisme van de spiegels. Beide spiegels moeten naar binnen worden getrokken (of naar buiten komen) met de contactschakelaar AAN (II).
|
| 10. | Verbind aansluiting nr. 9 met een hulpdraad aan de carrosseriemassa en controleer de werking van de schakelaarverlichting. Schakelaarverlichting elektrisch bediende spiegels dient aan te gaan met de combinatieverlichtingsschakelaar op aan.
|