Functietest elektrisch bediende spiegels

Functietest elektrisch bediende spiegels

1.Verwijder de schakelaar van de elektrisch bediende spiegel (A).

 

2.Trek de 13-pins stekker (B) uit de schakelaar.

3.Kies op basis van de storing de juiste test:

  • Beide spiegels werken niet, ga naar 4.
  • Linkerspiegel werkt niet, ga naar 6.
  • Rechterspiegel werkt niet, ga naar 7.
  • Spiegelverwarming werkt niet, ga naar 8.
  • Intrekstelmotoren werken niet, ga naar 9.

Beide spiegels


4.Controleer de spanning tussen aansluiting nr. 2 en de carrosseriemassa met de contactschakelaar AAN (II).
Er moet accuspanning zijn.

  • Als er geen accuspanning is, controleer op:
    • doorgebrande zekering nr. 10 (7,5A) in het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard.
    • een onderbreking in de BLK/YEL-draad.
  • Als er accuspanning is, ga verder met stap 5.

5.Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 6 en de carrosseriemassa.
Er moet doorverbinding zijn.
  • Is er geen doorverbinding, controleer op:
    • een onderbreking in de BLK-draad.
    • slecht massacontact (G401).
  • Als er doorverbinding is, beide spiegels afzonderlijk controleren zoals hieronder beschreven.

Linker spiegel


6.Verbind met behulp van hulpdraden aansluiting nr. 2 met aansluiting nr. 10 en aansluiting nr. 5 (of nr. 12) met carrosseriemassa. De linkerspiegel moet naar beneden kantelen (of naar links zwenken) met de contactschakelaar AAN (II).
  • Als de spiegel niet naar beneden kantelt (of niet naar links zwenkt), op onderbrekingen controleren in de GRN/WHT- (of BLU/WHT)-draad tussen de linkerspiegel en de 13-pins stekker. Als de draad in orde is, de stelmotor van de linkerspiegel controleren.
  • Als de spiegel niet naar beneden kantelt en ook niet naar links zwenkt, de BLU/BLK-draad repareren.
  • Als de spiegel naar behoren werkt, de spiegelschakelaar controleren.

Rechter spiegel


7.Verbind met behulp van doorverbindingsdraden aansluitklem nr. 2 met aansluitklem nr.11 en aansluitklem nr. 5 (of nr. 13) met carrosseriemassa. De rechterspiegel moet naar beneden kantelen (of naar links zwenken) met de contactschakelaar AAN (II).
  • Als de spiegel niet naar beneden kantelt (of niet naar links zwenkt), op onderbrekingen controleren in de GRN/WHT-draad (of WHT/RED-draad) tussen de rechter spiegel en de 13-pins stekker.
    Als de draad in orde is, de stelmotor van de rechterspiegel controleren.
  • Als de spiegel niet naar beneden kantelt en ook niet naar links zwenkt, de RED/YEL-draad repareren.
  • Als de spiegel naar behoren werkt, de spiegelschakelaar controleren.

Spiegelverwarming


8.Verbind aansluiting nr. 1 met een hulpdraad aan de carrosseriemassa en controleer de werking van de spiegelverwarming.
Beide spiegelverwarmingen moeten warm worden met de contactschakelaar op AAN (II).

  • Als geen van beide spiegels warm wordt, controleren op:
    • doorgebrande zekering nr. 7 (30A) in het zekering-/relaiskastje onder de motorkap.
    • het relais van de verwarming van de elektrisch bediende spiegel.
    • een onderbreking in de draad
    • slecht massacontact (G401).
  • Als slechts een van de spiegels niet warm wordt, de verwarming van die spiegel controleren.
  • Als beide warm worden, de schakelaar van de spiegelverwarming controleren.

Intrekbare spiegel


9.Verbind de aansluitingen nr. 2 en nr. 7 (of nr. 8) en de aansluitingen nr. 8 (of nr. 7) en nr. 6 met behulp van hulpdraden en controleer de werking van het intrekmechanisme van de spiegels.
Beide spiegels moeten naar binnen worden getrokken (of naar buiten komen) met de contactschakelaar AAN (II).

  • Als geen van beide spiegels werkt, controleren op:
    • doorgebrande zekering nr. 10 (7,5 A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard.
    • een onderbreking in de RED/BLU- of RED/WHT-draad.
    • slecht massacontact (G401).
  • Als slechts een van beide spiegels niet werkt, de stelmotor van de betreffende intrekbare spiegel controleren.
  • Werken ze allebei, controleer dan de intrek-/uitzetschakelaar.

Schakelaarverlichting


10.Verbind aansluiting nr. 9 met een hulpdraad aan de carrosseriemassa en controleer de werking van de schakelaarverlichting. Schakelaarverlichting elektrisch bediende spiegels dient aan te gaan met de combinatieverlichtingsschakelaar op aan.

  • Indien de schakelaarverlichting niet gaat branden, controleer dan of:
    • doorgebrande zekering nr. 9 (10A) in het zekeringen-/relaiskastje onder de motorkap.
    • het relais achterlichten.
    • de schakelaar combinatieverlichting
    • een onderbreking in de RED/BLK-draad.