Ingangstest stuurcircuit richtingaanwijzers/alarmknipperlichten

Ingangstest stuurcircuit richtingaanwijzers/alarmknipperlichten

1.Bouw de instrumenteneenheid uit.

2.Maak de 20-pins stekker (A) los van de metereenheid (B).

 

3.Test het ingangssignaal bij de 20-pins aansluitklemmen van de meter.

  • Als bij een van de testen een storing blijkt, de oorzaak opsporen en herstellen en vervolgens het systeem opnieuw controleren.
  • Als de resultaten van alle ingangstesten goed zijn, moet het relais van de richtingaanwijzers/alarmknipperlichten defect zijn; vervang het relais.

Aansluiting Draad Testsituatie Testen: Gewenst resultaat Mogelijke oorzaak als resultaat niet is zoals gewenst 
A19 BLK In alle situaties Controleer op doorverbinding met massa:
Er moet doorverbinding zijn. 
  • Slechte massa (G401)
  • Een draadbreuk in de draad
 
A10
*
A20 
GRN/WHT
*
BLK/WHT 
Verbind aansluitklemmen A10 en A20, zet daarna de waarschuwingsknipperlichtschakelaar AAN Controleer de alarmknipperlichten:
Alamknipperlichten moeten gaan branden. 
  • Slechte massa (G201, G301, G401, G502).
  • Defecte schakelaar alarmknipperlichten
  • Een draadbreuk in de draad
 
A10 GRN/WHT Contactschakelaar op AAN (II) Controleer op spanning met massa:
Er moet accuspanning zijn. 
  • Doorgebrande zekering nr. 3 (7,5A) in het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard
  • Defecte schakelaar alarmknipperlichten
  • Een draadbreuk in de draad
 
Schakelaar alarmknipperlichten op AAN Controleer op spanning met massa:
Er moet accuspanning zijn. 
  • Doorgebrande zekering nr. 14 (10A) in het zekeringen-/relaiskastje onder de motorkap.
  • Defecte schakelaar alarmknipperlichten
  • Een draadbreuk in de draad