Benodigd speciaal gereedschap
Kogeltrekker, 28 mm ( 07MAC-SL00200)
| 1. | Maak de negatieve kabel van de accu los. |
| 2. | Zet de voorwielen in de rijstand recht vooruit. |
| 3. | Verwijder de airbag aan bestuurderszijde en het stuurwiel. |
| 4. | Krik de voorkant van het voertuig op en ondersteun de auto op de juiste plaatsen met veiligheidsbokken. |
| 5. | Verwijder de voorwielen. |
| 6. | Verwijder de afdekking van de stuurkoppeling.
|
| 7. | Verwijder de bouten (A) van de stuurverbinding en koppel de stuurverbinding los door de stuurverbinding (B) naar de kolom te drukken.
|
| 8. | Verwijder de voorste spatplaat (A) en de linker en rechter achterste spatplaten (B).
|
| 9. | Verwijder de naafmoer. Trek de fusee naar buiten en tik met een kunststof hamer de buitenste aandrijfaskoppeling uit de fusee. |
| 10. | Verwijder de borgpen (A) uit de fuseekogel op de onderste draagarm en verwijder de 12 mm kroonmoer (B).
|
| 11. | Maak de fuseekogel van de onderste draagarm en de fusee los van elkaar met het speciaal gereedschap. OPMERKING: Breng het speciaal gereedschap aan op de fuseekogel van de onderste draagarm terwijl u aan de buitenste koppeling trekt. |
| 12. | Verwijder de splitpen (A) uit de fuseekogel van de trekstang en verwijder de 10 mm moer (B).
|
| 13. | Maak de fuseekogel van het trekstangeinde en de fusee los van elkaar met het speciaal gereedschap. |
| 14. | Verwijder de zelfborgende moer (A) terwijl u de verbindingspen (B) vasthoudt met een zeskantsleutel (C), en maak de stabilisatorverbinding (D) los van de stabilisatiestang (E).
|
| 15. | Maak de 2-pins stekker (A) van de motor, de 6-pins stekker (B) van de EPS-kabelboom, en de 1-pins stekker (C) van het stuurhuis los. Plak na het losmaken van de stekkers tape op de 6-pins, 2-pins en 1-pins stekkers om deze tegen stof, vuil en vreemde deeltjes te beschermen.
|
| 16. | Maak de draadklem (A) van de verwarmde zuurstofsensor (HO2S) los van het stuurhuis.
|
| 17. | Verwijder de steunbout (A) van de achterste transmissiesteun (B) op het hulpchassis van de voorwielophanging.
|
| 18. | Plaats de transmissiekrik midden onder het hulpchassis van de voorwielophanging en ondersteun deze. |
| 19. | Verwijder de bevestigingsbouten (A) van het hulpchassis van de voorwielophanging en gooi deze weg.
|
| 20. | Laat het hulpchassis van de voorwielophanging (B) en het stuurhuis als één geheel zakken door de krik langzaam omlaag te brengen. |
| 21. | Verwijder het stuurhuis (A) uit het hulpchassis van de voorwielophanging. OPMERKING: Voor modellen die hiermee zijn uitgerust: verwijder zo nodig de montagesteun van het stuurhuis (B) en de versteviging (C) nadat het stuurhuis is verwijderd. Stuur links:
Stuur rechts: |
| 22. | Verwijder de doorvoertule (D) van de pignonas aan de bovenkant van de koppelsensor. |