| 1. | Trek de handremhendel (A) aan met een kracht van 196 N (20 kgf) zodat de handrem volledig is aangetrokken. De handremhendel moet vergrendelen binnen het voorgeschreven aantal klikken (B).
| ||||||
| 2. | Stel de handrem af als de klikken van de hendel niet binnen de specificatie vallen. |
| 1. | Zet de handremhendel volledig los. |
| 2. | Krik de achterkant van het voertuig op, en ondersteun deze met veiligheidsbokken op de juiste plaatsen. Verwijder de achterwielen. |
| 3. | Zorg bij modellen met achterschijfremmen dat de parkeerremarm (A) op de achterremklauw contact maakt met de remklauwpen (B). OPMERKING: De parkeerremarm maakt alleen contact met de remklauwpen als de afstelschroef van de parkeerrem wordt losgedraaid.
|
| 4. | Verwijder de middenconsole. |
| 5. | Trek de handremhendel een klik aan.
|
| 6. | Draai de stelmoer (A) vast tot de handrem lichtjes aanloopt als de achterwielen worden rondgedraaid.
|
| 7. | De handremhendel volledig losmaken en controleer of de handrem niet aanloopt als de achterwielen worden rondgedraaid. Indien nodig opnieuw afstellen. |
| 8. | Zorg dat de handremmen volledig in werking worden gezet als de handremhendel volledig wordt aangetrokken. |
| 9. | Monteer de middenconsole opnieuw. |