| 1. | Controleer de Diagnostische Storingscode (DTC) Wordt DTC aangegeven? JA - Volg de foutopsporingsprocedure voor de aangegeven DTC. n NEE - Ga naar 2. |
| 2. | Verwijder de bougies uit de cilinderkop en inspecteer de bougie Is de bougie in orde? JA - Ga naar 3. NEE - Vervang de bougie.n |
| 3. | Bouw het PGM-FI-hoofdrelais 2 uit. |
| 4. | De motor starten en laten draaien tot hij afslaat. |
| 5. | Monteer de bougies op de bobines. |
| 6. | Sluit de bobinestekker aan en sluit de bougie aan op aarde. |
| 7. | Met de schakelhendel in [N] of [P] (CVT) de contactschakelaar omdraaien om te starten (III) en controleer de vonk. Vonkt de bougie? JA - Bobine is in orde. n NEE - Ga naar 7. |
| 8. | Vervangen door een bobine die zeker goed is en controleer de vonk opnieuw. Vonkt de bougie? JA - Vervang de oorspronkelijke bobine. n NEE - Als de bougie voor niet vonkt, controleer dan of er in de zekering/relaiskast onder het dashboard een zekering no. 7 (15 A) is doorgebrand. Als de zekering in orde is, de breuk in de draad tussen de bobine voor en de zekering/relaiskast onder het dashboard repareren. Als de bougie achter niet vonkt, controleer dan of er in de zekering/relaiskast onder het dashboard een zekering no. 9 (15 A) is doorgebrand. Als de zekering in orde is, repareer dan de draadbreuk in de draad tussen de zekering/relaiskast onder het dashboard en de achterste bobine. n |