| 1. | Controleer voor het testen zekering nr. 16 (7,5 A) in het zekering-/relaiskastje onder het dashboard. |
| 2. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 3. | Maak het toegangspaneel in de bodem los en verwijder het. |
| 4. | Maak de 5-pins stekker van de brandstofpomp los. |
| 5. | Meet de spanning tussen de 5-pins stekkeraansluiting nr. 1 en nr. 2 als de contactschakelaar AAN staat (II). Er moet tussen de 5 en 8 V zijn.
|
| 6. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 7. | Bevestig een weerstandselement van 2 W tussen aansluitingen 1 en 2 van de 5-pins stekker van de brandstofpomp en zet daarna de contactschakelaar AAN (II).
|
| 8. | Controleer of de wijzer van de brandstofmeter "F" aangeeft.
OPMERKING: De aanwijzer van de brandstofmeter keert terug naar de onderkant van de meter als de contactschakelaar UIT is, onafhankelijk van het brandstofniveau. |
| 9. | Verwijder de brandstoftank. |
| 10. | Meet de weerstand tussen de nr. 1 en nr. 2 klemmen met de vlotter of E (EMPTY=LEEG), ½ (HALF VOL) en F (FULL=VOL) standen. Kunt u de volgende waarden niet instellen, vervang dan de zender ban de brandstofmeter.
|