Benodigd speciaal gereedschap
Combinatiemeterset ( 07YAJ-0010610)
| 1. | Controleer zekering nr. 16 (7,5 A) in de zekering/relaiskast onder het dashboard. Is de zekering in orde? JA - Ga naar 2. NEE - Vervang de zekering en controleer opnieuw.n |
| 2. | Maak de vacuümslang (A) los en sluit een vacuümpomp/meter (B) aan op de slang.
|
| 3. | Start de motor en laat hem stationair draaien. OPMERKING: Motorkoelvloeistoftemperatuur moet onder 65°C liggen. |
| 4. | Breng het motortoerental snel op tot 3.000 omw/min (min-1). Is er onderdruk? JA - Ga naar 5. NEE - Ga naar 10. |
| 5. | Maak de 2-pins stekker van de EVAP-ontluchtingsklep los. |
| 6. | Breng het motortoerental snel op tot 3.000 omw/min (min-1). Is er onderdruk? JA - Inspecteer hoe de vacuümslang loopt. Indien in orde, de EVAP-brandstofontluchtingsklep vervangen.n NEE - Ga naar 7. |
| 7. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 8. | PCM connector B (24-pins) losmaken. |
| 9. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting 2 van de 2-pins stekker van de ontluchtingsklep van de EVAP-bus en de carrosseriemassa.
Is er doorverbinding? JA - Repareer kortsluiting in de draad tussen de EVAP-ontluchtingsklep en de PCM (B21).n NEE - Update de PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede PCM en controleer opnieuw. Als de storing verdwijnt na montage van een werkende PCM, vervang dan de originele PCM.n |
| 10. | Start de motor. Handhaaf het motortoerental op 3.000 omw/min (min-1) onbelast (in parkeer- of vrijstand) totdat de koelventilator aanslaat en laat hem dan stationair draaien. |
| 11. | Controleer op onderdruk in de vacuümslang nadat u de motor start. |
| 12. | Breng het motortoerental snel op tot 3.000 omw/min (min-1). Is er onderdruk? JA - Ga naar 23. NEE - Ga naar 13. |
| 13. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 14. | Controleer hoe de vacuümslang loopt. Is de vacuümslang in orde? JA - Ga naar 15. NEE - Repareer de vacuümslang.n |
| 15. | Maak de 2-pins stekker van de EVAP-ontluchtingsklep los. |
| 16. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 17. | Meet aan de zijde van de kabelboom de spanning tussen aansluitingen 1 en 2 van de 2-pins stekker van de ontluchtingsklep van de EVAP-bus.
Is er spanning? JA - Vervang de EVAP-brandstofontluchtingsklep.n NEE - Ga naar 18. |
| 18. | Meet aan de zijde van de kabelboom de spanning tussen aansluiting 1 van de 2-pins stekker van de ontluchtingsklep van de EVAP-bus en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 19 NEE - Repareer de breuk in de kabel tussen zekering Nr. 16 (7,5A) in het zekeringen-/relaiskastje onder het dashboard en de ontluchtingsklep van de EVAP-bus.n |
| 19. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 20. | Sluit de 2-pins stekker van de brandstoftankontluchtingsklep (EVAP) weer aan. |
| 21. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 22. | Meet de spanning tussen PCM-stekkeraansluiting B21 en de carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Update de PCM als deze niet de meest recente software heeft, of monteer een beslist-goede PCM en controleer opnieuw. Als de storing verdwijnt na montage van een werkende PCM, vervang dan de originele PCM.n NEE - Repareer breuk in de draad tussen de EVAP-ontluchtingsklep en de PCM (B21).n |
| 23. | Sluit de vacuümslang opnieuw aan op de EVAP-regelbus. |
| 24. | Verwijder de brandstoftankdop. |
| 25. | Koppel de afzuigluchtslang (A) van het EVAP-koolstoffilter los en sluit de combinatiemeterset en de aansluitadapter op het EVAP-koolstoffilter (B) aan en sluit de vacuümpomp (C) aan.
|
| 26. | Start de motor en voer het toerental op tot 3.000 omw/min (min-1). Geeft de meter binnen 2 minuten onderdruk aan? JA - Als er onderdruk is, is de regeling van de uitlaatgasdampen in orde. Controleer en test de EVAP-tweewegklep.n NEE - De EVAP-regelbus vervangen.n |