| DTC P0122: | Lage spanning TP-sensorcircuit A |
| 1. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 2. | WIS de DTC's in het WISMENU met de HDS. |
| 3. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 4. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 5. | Controleer op Tijdelijke DTC's of DTC's in het DTC MENU met de HDS. Worden DTC P0107, P0122, P0222 en P2122 tegelijkertijd aangegeven? JA - Ga naar 23. NEE - Ga naar 6. |
| 6. | Open de gasklep enkele malen tot volkomen open stand. |
| 7. | Controleer de TP-SENSOR A in de DATALIJST met de HDS. Is er ongeveer 0° (REL), 0 % (REL), of 0,17 V of minder wanneer de gasklep volledig open is? JA - Ga naar 8. NEE - Periodiek optredende storing, systeem is op dit moment in orde. Controleer op slechte aansluitingen en loszittende draden aan de TP-sensor A en de ECM.n |
| 8. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 9. | Koppel de 6-pins stekker van het gasklephuis los. |
| 10. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 11. | Meet aan de kabelboomzijde de spanning tussen de aansluitingen nr. 1 en nr. 2 van de 6-pins stekker van het gasklephuis.
Is er ongeveer 5 V? JA - Ga naar 12. NEE - Ga naar 19. |
| 12. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 13. | Meet aan de gasklephuiszijde de weerstand tussen de aansluitingen nr. 1 en nr. 4 van de 6-pins stekker van het gasklephuisklep.
Is er doorverbinding? JA - Ga naar 14. NEE - Ga naar 31. |
| 14. | Meet aan de gasklephuiszijde de weerstand tussen de aansluitingen nr. 2 en nr. 4 van de 6-pins stekker van het gasklephuisklep.
Is de weerstand circa 0 W? JA - Ga naar 31. NEE - Ga naar 15. |
| 15. | Sluit de ECM testkabelboom en de testpinkast alleen op de kabelboom aan, niet op de ECM. |
| 16. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 65 van de testpinkast en de carrosseriemassa. Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen aansluiting nr. 36 van ECM-stekker nr. 3 (testpinkastaansluiting nr. 65) en de TP-sensor A en ga vervolgens naar 33. NEE - Ga naar 17. |
| 17. | Verbind aansluiting nr. 4 van de 6-pins stekker van het gasklephuis via een hulpdraad met de carrosseriemassa.
|
| 18. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 65 van de testpinkast en de carrosseriemassa. Is er doorverbinding? JA - Ga naar 38. NEE - Repareer de breuk in de draad tussen aansluiting nr. 36 van ECM-stekker nr. 3 (testpinkastaansluiting nr. 65) en de TP-sensor A en ga vervolgens naar 33. |
| 19. | Zet de contactschakelaar UIT en wacht 10 seconden. |
| 20. | Sluit de ECM-testkabelboom en de testpinkast tussen de ECM en de stekker aan. |
| 21. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 22. | Meet de spanning tussen testpinkastaansluitingen nr. 33 en nr. 77. Is er ongeveer 5 V? JA - Repareer de breuk in de draad tussen aansluiting nr. 4 van ECM-stekker nr. 3 (testpinkastaansluiting nr. 33) en de TP-sensor A en ga vervolgens naar 33. NEE - Ga naar 38. |
| 23. | Zet de contactschakelaar UIT en wacht 10 seconden. |
| 24. | Sluit de ECM testkabelboom en de testpinkast alleen op de kabelboom aan, niet op de ECM. |
| 25. | Koppel de stekkers los van de volgende sensors:
|
| 26. | Controleer op doorverbinding tussen de carrosseriemassa en achtereenvolgens de aansluitingen nr. 33 en nr. 46 van de testpinkast. Is er doorverbinding? JA - Repareer de kortsluiting in de draad tussen aansluiting nr. 4 of nr. 17 van ECM-stekker nr. 3 (testpinkastaansluiting nr. 33 of nr. 46) en elke sensor en ga vervolgens naar 33. NEE - Ga naar 27. |
| 27. | Sluit de ECM-testkabelboom aan op de ECM. |
| 28. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 29. | Meet de spanning tussen testpinkastaansluiting nr. 46 en de carrosseriemassa. Is er ongeveer 5 V? JA - Ga naar 30. NEE - Ga naar 38. |
| 30. | Blijf de spanning aan testpinkastaansluiting nr. 46 controleren terwijl de volgende sensors een voor een worden aangesloten.
Daalde de spanning tot ongeveer 0 V? JA - Vervang de sensor die de spanningsdaling veroorzaakte en ga vervolgens naar 33. NEE - Ga naar 38. |
| 31. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 32. | Vervang het gasklephuis. |
| 33. | Sluit alle stekkers weer aan. |
| 34. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 35. | Voer de ECM RESET procedure in het WISMENU uit met de HDS. |
| 36. | Voer de ETCS-leerprocedure uit. |
| 37. | Controleer op Tijdelijke DTC's of DTC's in het DTC MENU met de HDS. Worden Tijdelijke DTC's of DTC's aangegeven? JA - Wordt DTC P0122 aangegeven, controleer dan op slechte aansluitingen of losgeraakte draden aan TP-sensor A en de ECM, en ga vervolgens naar 1. Wanneer Tijdelijke DTC's of DTC's worden aangegeven, ga dan naar de aangegeven DTC-storingzoekprocedure. NEE - Storingzoeken is voltooid.n |
| 38. | Breng een ECM aan waarvan u zeker weet dat hij werkt. |
| 39. | Controleer op Tijdelijke DTC's of DTC's in het DTC MENU met de HDS. Worden Tijdelijke DTC's of DTC's aangegeven? JA - Wordt DTC P0122 aangegeven, controleer dan op slechte aansluitingen of losgeraakte draden aan TP-sensor A en de ECM, en ga vervolgens naar 1. Wanneer Tijdelijke DTC's of DTC's worden aangegeven, ga dan naar de aangegeven DTC-storingzoekprocedure. |