| 1. | Controleer zekering nr. 11 (30 A) in de zekering-/relaiskast onder de motorkap, en zekering nr. 22 (7,5 A) in de zekering-/relaiskast onder het dashboard. Zijn de zekeringen in orde? JA - Ga naar 2. NEE - Vervang de zekering(en) en controleer opnieuw.n |
| 2. | Controleer de temperatuur van de motorkoelvloeistof, gasklepstand en stationair toerental (gebruik zo mogelijk de HDA PGM-FI-tester gegevenslijst).
Zijn de temperatuur van de koelvloeistof, de gasklepstand en het stationair toerental in orde? JA - Ga naar 3. NEE - Zoek de oorzaak op van de hoge temperatuur van de motorkoelvloeistof, laag stationair toerental of buitensporig hoge sensor- waarde van de gasklepstand.n |
| 3. | Het relais van de compressorkoppeling uit de zekering-/relaiskast onder de motorkap verwijderen en testen. Is het relais in orde? JA - Ga naar 4. NEE - Vervang het compressorkoppelingrelais.n |
| 4. | Meet de spanning na tussen aansluiting nr. 2 van de 5-pins bus van het compressorkoppelingrelais en carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 5. NEE - Vervang de zekering-/relaiskast onder de motorkap.n |
| 5. | Verbind aansluiting nr. 1 en nr. 2 van de 5-pins bus van het compressorkoppelingrelais met een hulpdraad.
Klikt de compressorkoppeling? JA - Ga naar 6. NEE - Ga naar 14. |
| 6. | Maak de hulpdraad los. |
| 7. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 8. | Meet de spanning na tussen aansluiting nr. 5 van de 5-pins bus van het compressorkoppelingrelais en carrosseriemassa.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 9.n NEE - Repareer de onderbreking in de bedrading tussen zekering nr. 22 in de zekering-/relaiskast onder het dashboard en het compressorkoppelingrelais.n |
| 9. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 10. | Monteer het compressorkoppelingsrelais. |
| 11. | Controleer of de aircoschakelaar UIT staat. |
| 12. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 13. | Meet de spanning tussen aansluiting nr. 12 van de ECM-stekker E (40-pins) en carrosseriemassa met de ECM-stekkers aangesloten.
Is er accuspanning? JA - Controleer op losse draden of slechte verbindingen bij ECM-stekker E (40-pins). Als de aansluitingen in orde zijn, een goed werkende ECM vervangen en de werking opnieuw controleren. Als de storing niet terugkeert, de oorspronkelijke ECM vervangen.n NEE - Repareer onderbrekingen in de draad tussen het relais van de condensorventilator en de ECM.n |
| 14. | Maak de hulpdraad los. |
| 15. | Maak de 1-pins stekker van de compressorkoppeling los. |
| 16. | Controleer op doorverbinding tussen aansluiting nr. 1 van de 5-pins bus van het compressorkoppelingrelais en aansluiting nr. 1 van de 1-pins stekker van de compressorkoppeling.
Is er doorverbinding? NEE - Repareer onderbreking in de draad tussen het compressorkoppelingsrelais en de compressor koppeling.n |