| 1. | Breng de ruitenwissers omhoog en schakel ze een paar keer in. OPMERKING: Voer deze procedure uit om te voorkomen dat er aan de bestuurders- en passagierskant hinder wordt ondervonden van de ruitenwissers.
|
| 2. | Zet de ruitenwisser weer terug in de beginstand. |
| 3. | Meet de afstand van de rand van de bovenkant van het schutbord tot aan het wisserblad.
|
| 4. | Verwijder de wisserarm en stel de positie opnieuw af als de metingen afwijken van de opgegeven waarden. |
| 5. | Ga terug naar 1 en 2 en controleer of er geen hinder wordt ondervonden van de ruitenwissers. |