| 4. | Meet zoals afgebeeld de slijtage en tapsheid in de richtingen X en Y op drie verschillende hoogten in elke cilinder. Vervang het cilinderblok als de meetwaarden voor een cilinder de slijtagegrens voor de overmaatse boring overschrijden. Moet het cilinderblok opnieuw worden uitgeboord, raadpleeg 7 na de uitboring.
Maten van de cilinderboring:| Standaard (Nieuw): | 73,00-73,02 mm | | Slijtagegrens: | 73,07 mm |
| Overmaat: |
|---|
| 0,25: | 73,25-73,27 mm |
| Uitboorgrens: | max. 0,25 mm |
| Coniciteit cilinderboring: |
|---|
| Limiet: | (Verschil tussen de eerste en de derde meting) 0,05 mm |
|