| 1. | Verwijder de klepveerzittingen (A), klephoedjesklemmen (C) en vervolgens de kleppen en klepveren uit het hoofdklephuis (D).
|
| 2. | Controleer alle delen op slijtage en beschadigingen. Vervang het deel als dit versleten of beschadigd is. |
| 3. | Controleer of het filter (E) in goede staat is en niet verstopt. Vervang het filter als dit verstopt is. Monteer het filter in de aangegeven richting. |
| 4. | Maak alle delen grondig schoon met een oplosmiddel of carburateurreiniger en droog vervolgens met perslucht. Blaas alle doorgangen door. |
| 5. | Smeer tijdens de montage alle delen in met ATF.
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||