| 1. | Steun de binnenlagerloopring met een dopsleutel (A) en druk de primaire as (B) omlaag. |
| 2. | Meet met een voelermaat (E) de speling tussen het 2e (C) en 3e (D) versnellingstandwiel.
|
| 3. | Meet de dikte van het 3e-versnellingstandwiel.
|
| 4. | Meet de speling tussen het 4e-versnellingstandwiel (A) en de afstandsbus (B) met een klokmicrometer (C). Ga verder naar 5 als de speling boven de slijtagegrens valt.
|
| 5. | Meet afstand (1) op de afstandsbus.
|
| 6. | Meet de dikte van het 4e-versnellingstandwiel.
|
| 7. | Meet de speling tussen de afstandsbus (A) en het 5e-versnellingstandwiel (B) met een klokmicrometer (C). Ga verder naar 8 als de speling boven de slijtagegrens valt.
|
| 8. | Meet afstand (2) op de afstandsbus.
|
| 9. | Meet de dikte van het 5e-versnellingstandwiel.
|
| 10. | Meet de dikte van de afstandsbus.
|