Navigatiesysteem beelddiagnosetest

Navigatiesysteem beelddiagnosetest

Opstartprocedure


1.Zet de contactschakelaar op AAN (II) en druk vervolgens op de toetsen in deze volgorde: (1) Toets 1, (2) Toets 2, (3) Toets 6, en houd deze tegelijkertijd gedurende 5 seconden ingedrukt.

Bedieningstoetsen

Joystick: Kies hiermee een item.

 

2.Nadat het display is veranderd in het scherm Diagnosemenu, kiest u het item dat u wilt controleren, waarna de controle zal beginnen. Om terug te keren naar het voorgaande scherm, kiest u Terug op het scherm van het diagnose-item.
Als u klaar bent met de diagnosecontrole, keert u terug naar het standaard navigatiescherm, en zet u vervolgens de contactschakelaar op UIT. Als u de contactschakelaar op UIT zet met het diagnosescherm op het display, zal het systeem niet werken.

 

Diagnose-items:


Cyclische controle


Deze controle is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de fabrikant. In deze controle controleert het systeem de volgende items herhaaldelijk:


Druk op de annuleertoets om deze controle af te breken.

Voertuigpositie


Als u het voertuig transporteert als de motor uit staat, zoals op een veerboot of achter een sleepwagen, en een foutieve voertuigpositie wordt berekend, kunt u de voertuigpositie veranderen met de joystick.

Start demonstratiemodus


Deze controle is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de fabrikant. Als de aanduiding voor dit item verandert in ''Stop demonstratiemodus'', dan selecteert u dit onderdeel eenmaal en zorgt daarbij dat de aanduiding verandert in ''Start demonstratiemodus''.

Lineaire controle


Deze controle is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de fabrikant. Bij deze controle controleert het systeem de volgende items:

Systeemkoppelingen



 

Banden kalibreren



 

Monitorcontrole


Kies het item dat u wilt controleren, waarna de controle begint.

 


RGB-kleur
De drie primaire kleuren rood, groen en blauw moeten te zien zijn.

 


Witraster
Het gehele display moet wit zijn.

 

Grijstinten
De grijstintniveaus moeten vloeiend overlopen in horizontale richting. Als u het contrast van het scherm wilt veranderen, kiest u + of -.

 

Kleurverandering
Dit scherm is uitsluitend bedoeld voor de fabrikant.

 

Testpatroon
Het kleurenpalet van het systeem moet te zien zijn.

 

Zwartraster
Het gehele display moet zwart zijn.

 

Schermaanpassing
Op dit scherm kunt u de positionering van het beeld op het display aanpassen. Pas de positie van het beeld op het scherm aan met behulp van de joystick.

 

Apparaatcontrole


Kies het item dat u wilt controleren, waarna de controle begint.

 

OPMERKING: Gebruik de items Reservekopie Wissen en Gedwongen Download niet. Deze opdrachten zijn uitsluitend bedoeld voor gebruik door de fabrikant.

Display


Als één van deze items niet werkt, de AVN-eenheid vervangen.

 

GPS


Dit scherm geeft de mate van GPS-ontvangst en de voertuigpositie aan.

 

Navigatie ECU


Als één van deze items niet werkt, de AVN-eenheid vervangen.

 

Systeemhistorie


Dit scherm is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de fabrikant.

 

Voertuigstatus


Met het scherm Voertuigstatus kunt u ieder signaal controleren.
Als de indicatie niet overeenkomt met de werkelijke voertuigstatus, het van toepassing zijnde signaal controleren.





 

Giersnelheid


Het item SENSOR geeft de spanning aan die de giersnelheidsensor uitvoert. Deze moet tussen 1.500 V en 3.500 V aangeven als het voertuig stil staat.

OPMERKING: Probeer niet de giersnelheidsensor af te stemmen, behalve als u hiertoe instructies hebt ontvangen van Honda Motor Europe.