Beschrijving navigatiesysteem

Beschrijving navigatiesysteem

Plaats van de stekkers


AVN-eenheid 

Ingangs- en uitgangsaansluitingen van stekker A (12-pins) van de AVN-eenheid


 

Aansluiting nummer Draadkleur Aansluiting Naam van aansluiting Omschrijving 
WHT/RED + B +B stroombron Ononderbroken stroombron 
YEL/RED ACC Accessoire Stroombron voor een accessoire 
WHT/BLU CHG Laden Motor-AAN-signaal 
BLK GND Massa Massa-aansluiting voor de AVN-eenheid 
RED/BLK ILL (+) Verlichting - positief Stroombron voor de verlichting 
GRN/BLK BACK LT Achteruitrijdverlichting Achteruitrijdsignaal van de selectiehendel 
BLU/YEL VSP Voertuigsnelheidspuls Voertuigsnelheidspulssignaal 
GRN/RED DIAG (+) Diagnose - positief Signaal voor het gedwongen starten van het display 
10 GRN/YEL DIAG (-) Diagnose - negatief Signaal voor het gedwongen starten van het display 

Ingangs- en uitgangsaansluitingen van de GPS-antennestekker (2-pins) van de AVN-eenheid


 

Aansluiting nummer Draadkleur Aansluiting Naam van aansluiting Omschrijving 
——— GPS GPS GPS-signaal 
——— GPS GND GPS-massa Massa-aansluiting voor de GPS-antenne 

Overzicht

Het Honda navigatiesysteem is een hoogst geavanceerd hybridesysteem voor plaatsbepaling dat gebruik maakt van satellieten en een kaartendatabase om u te laten zien waar u zich bevindt en u de weg te wijzen naar uw gewenste bestemming.

Het navigatiesysteem ontvangt signalen van het Global Positioning System (GPS), een netwerk van 24 satellieten die in een baan om de aarde draaien. Door signalen te ontvangen van meerdere van deze satellieten, kan het navigatiesysteem de breedtegraad en lengtegraad van de positie van het voertuig berekenen. Bovendien stellen de signalen van de giersnelheidssensor en voertuigsnelheidspuls (VSP) het systeem in staat de verplaatsingsrichting en -snelheid van het voertuig waar te nemen.

Dit hybridesysteem heeft voordelen boven een systeem dat volledig onafhankelijk werkt of volledig afhankelijk is van het GPS. Het onafhankelijke deel van het systeem, bijvoorbeeld, kan de positie van het voertuig bepalen, zelfs als de satellietsignalen niet kunnen worden ontvangen, terwijl het GPS de positie van het voertuig kan bepalen terwijl het voertuig op een veerboot vaart.

Het navigatiesysteem past al deze informatie over voertuigpositie, -richting en -snelheid toe op de kaarten in de database, en berekent vervolgens een route naar de opgegeven bestemming. Terwijl u naar die bestemming rijdt, geeft het systeem u aanwijzingen door middel van zowel beeld als geluid.

Elektrisch schema 

Navigatiefunctie

Het navigatiesysteem bestaat uit de AVN-eenheid, de voertuigsnelheidspulssensor (VSP-sensor) en de GPS-antenne.

Schematische voorstelling van de functies 


Voertuigsnelheidspulssensor (VSP-sensor)

De voertuigsnelheidspulssensor (VSP-sensor) wordt aangedreven door het differentieel. Voor iedere omwenteling van de sensor wordt een 4-puls signaal gestuurd naar de navigatie-eenheid. De VSP-sensor voert het afstandssignaal uit door de voeding van de sensor van de navigatie-eenheid aan en uit te schakelen.

 


Giersnelheidsensor

De giersnelheidsensor stelt de richtingsveranderingen (hoeksnelheid) van het voertuig vast. De sensor is een oscillerende gyro, ingebouwd in de AVN-eenheid.

Global Positioning System (GPS)

Het Global Positioning Systeem (GPS) stelt het navigatiesysteem in staat de huidige positie van het voertuig vast te stellen door gebruik te maken van de elektromagnetische golven die worden uitgezonden door de satellieten die in een baan om de aarde draaien. De satellieten zenden het satellietidentificatiesignaal, de baaninformatie, het verzendtijdsignaal en andere informatie uit. Wanneer de GPS-ontvanger de elektromagnetische golven van drie of meer satellieten tegelijkertijd ontvangt, berekent deze de huidige positie van het voertuig aan de hand van de afstand tot iedere satelliet en de satellietpositie in de betreffende baan.

Schematische voorstelling van het vaststellen van de voertuigpositie met GPS-satellieten

 


Nauwkeurigheid van het GPS

De nauwkeurigheid van het GPS is afhankelijk van het aantal satellieten waarvan elektromagnetische golven worden ontvangen en van de besturingsomstandigheden. De nauwkeurigheid wordt aangegeven door de GPS-indicator, aangegeven in de linkerbovenhoek van het display.

GPS-INDICATOR AANTAL SATELLIETEN OMSTANDIGHEDEN BESCHRIJVING 
Geen satellietindicator 
® 

 

 
Twee of minder Het is onmogelijk de voertuigpositie vast te stellen. De GPS-functie is normaal.
Er worden te weinig elektromagnetische golven ontvangen door het GPS om de voertuigpositie te kunnen vaststellen. 
Gele satellietindicator 
® 

 

 
Drie De voertuigpositie kan in twee dimensies worden vastgesteld. De lengtegraad en breedtegraad van de voertuigpositie kan worden vastgesteld. (Dit is minder nauwkeurig dan vaststelling in drie dimensies.) 
Groene satellietindicator 
® 

 

 
Vier of meer De voertuigpositie kan in drie dimensies worden vastgesteld. De lengtegraad, breedtegraad en hoogte van de voertuigpositie kan worden vastgesteld. (Dit is nauwkeuriger dan vaststelling in twee dimensies.) 
Geen indicator ——— Storing Het GPS kan niet worden gebruikt door een storing in de GPS-ontvanger, een draadbreuk in een stroomkring, of een andere storing. 


GPS-antenne

De GPS-antenne ontvangt de elektromagnetische golven van de satellieten en versterkt deze alvorens ze door te zenden naar de GPS-ontvanger.

GPS-ontvanger

De GPS-ontvanger is in de AVN-eenheid ingebouwd. De GPS-ontvanger ontvangt het signaal van de GPS-antenne en berekent daaruit de voertuigpositie. De voertuigpositie en het resultaat van de signaalontvangst worden door de GPS-ontvanger verstuurt naar de AVN-eenheid die daarmee de voertuigpositie aanpast.

AVN-eenheid

De AVN-eenheid berekent de voertuigpositie en leidt u naar uw bestemming. De eenheid corrigeert na vergelijking met de kaart, en voert GPS-correctie en afstandafstemming uit. De eenheid regelt tevens de menufuncties en het dvd-rom-station. Door al deze zaken te regelen, is de AVN-eenheid in staat het navigatiebeeldsignaal samen te stellen, waarna de eenheid het beeldsignaal naar het display stuurt en het audiosignaal met de rij-instructies naar de audio-eenheid.

Berekening van de voertuigpositie

De AVN-eenheid berekent de voertuigpositie (de rijrichting en de huidige positie) aan de hand van de ontvangen richtingveranderingssignalen van de giersnelheidsensor en de rijafstandsignalen van de voertuigsnelheidspulssensor (VSP-sensor).

Afstemmen aan de hand van vergelijking met de kaart

Het afstemmen aan de hand van een vergelijking met de kaart wordt bereikt door de voertuigpositie af te beelden op de wegen van de kaart. De kaartgegevens die vanaf de dvd-rom worden ingelezen worden gecontroleerd met de gegevens over de voertuigpositie, waarna de voertuigpositie op de dichtstbijzijnde weg wordt afgebeeld. Het afstemmen aan de hand van een vergelijking met de kaart vindt niet plaats terwijl het voertuig rijdt over een weg die niet op de kaart staat of als de voertuigpositie ver verwijderd is van een weg op de kaart.

GPS afstemmen

Het afstemmen van de GPS wordt bereikt door de voertuigpositie af te beelden als de voertuigpositie volgens het GPS. De AVN-eenheid vergelijkt de gegevens van de berekende voertuigpositie met de gegevens van de voertuigpositie volgens het GPS. Als er een groot verschil bestaat tussen deze twee, wordt de afgebeelde voertuigpositie aangepast aan de voertuigpositie volgens het GPS.

Afstand afstemmen

Het afstemmen van de afstand vermindert het verschil tussen het rijafstandsignaal van de VSP-sensor en de afstandsgegevens op de kaart. De AVN-eenheid vergelijkt de gegevens van de berekende voertuigpositie met de gegevens van de voertuigpositie volgens het GPS. De AVN-eenheid verlaagt vervolgens de afstemwaarde als het voertuig steeds voorloopt op de voertuigpositie volgens het GPS, en het verhoogt de afstemwaarde als het voertuig steeds achterloopt op de voertuigpositie volgens het GPS.

Route-beeldinformatie

De AVN-eenheid kan verschillende routes berekenen naar de gekozen bestemming. U hebt de keuze uit vier mogelijkheden:

Gesproken rij-instructies

De AVN-eenheid geeft gesproken rij-instructies alvorens een kruising op te rijden of een knooppunt te passeren.
De gesproken instructies worden via de audio-eenheid en de voorste luidsprekers weergegeven.

DVD-ROM

De kaartgegevens (inclusief alle schaalvergrotingen) zijn opgeslagen op de dvd-rom. De kaartgegevens omvatten:

Audio-eenheid

De audio-eenheid is ingebouwd in de AVN-eenheid. De audio-eenheid ontvangt de rij-instructies van de navigatie-eenheid en brengt deze instructies voort via de voorluidsprekers, zelfs als het audiosysteem in gebruik is.

Display

Het display is ingebouwd in de AVN-eenheid. Het display maakt gebruik van een LCD-display. Het LCD is een 15 cm brede dunne-laagtransistor (TFT, Thin Film Transistor) van het streeptype met ongeveer 280.000 beeldpunten. De kleurenlaag en de fluorescentie verlichting liggen op de achterkant van de vloeibaar-kristalfilm.

Bedieningstoetsen