| 3. | Monteer het windscherm (A) in omgekeerde volgorde van het uitbouwen, en controleer of het montagestuk (B) en het draaiverbindingsstuk (C) van het windscherm in een lijn liggen met de corresponderende uitlijninglijnen (D). Stel ze indien nodig, naar voren of naar achteren af zodat de rand van de windschermafdichting (E) het dakpaneel (F) gelijkmatig raakt. Elk stuk moet in dezelfde mate worden afgesteld. Als de windschermafdichting en het dakpaneel een wrijvend geluid maken, het windscherm waar nodig, naar achteren verplaatsen, zodat het op de juiste plaats zit. |