| 1. | Controleer de zekering nr. 10 (20 A) en nr. 11 (30 A) in de zekering-/relaiskast onder de motorkap en zekering nr. 22 (7,5 A) in de zekering-/relaiskast onder het dashboard. Zijn de zekeringen in orde? JA - Ga naar 2. NEE - Vervang de zekering(en) en controleer opnieuw.n |
| 2. | Verwijder het relais uit de zekering-/relaiskast onder de motorkap. |
| 3. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 4. | Meet de spanning tussen aansluiting nr. 5 van de 5-pins stekkerbus van het condensorventilatorrelais en de massa van de carrosserie.
Is er accuspanning? JA - Ga naar 5. NEE - Repareer onderbreking in de bedrading tussen zekering nr. 22 in de zekering-/relaiskast onder het dashboard en het radiateurventilatorrelais, en condensorventilatorrelais.n |
| 5. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 6. | Relais van de condensorventilator weer monteren. |
| 7. | Controleer of de aircoschakelaar UIT staat. |
| 8. | Zet de contactschakelaar AAN (II). |
| 9. | Meet de spanning tussen de Nr. 6 aansluiting van de ECM/PCM stekker B (24-pins) en de carrosseriemassa terwijl de ECM/PCM stekkers zijn aangesloten.
Is er accuspanning? JA - Controleer op losse draden en slechte verbindingen bij ECM/PCM stekker B (24-pins). Als de verbindingen goed zijn, de ECM/PCM vervangen door een exemplaar waarvan u weet dat deze in orde is, en opnieuw controleren. Als de storing hiermee is opgeheven, vervangt u de oorspronkelijke ECM/ PCM.n NEE - Repareer onderbreking in de draad tussen het radiateurventilatorrelais, het condensorventilatorrelais en de ECM/ PCM.n |