| 1. | Draai de schakelaar voor de rempedaalstand (A) linksom en trek deze uit tot deze het rempedaal niet meer raakt. |
| 2. | Til de vloerbedekking op. Meet bij het pedaalisolatiegat de pedaalhoogte (B) vanaf het midden van de linkerkant (RHD: rechterkant) van het pedaalrubber (C).
|
| 3. | Draai de borgmoer van de drukstang (A) los, en schroef de drukstang met een tang naar binnen of naar buiten tot de standaard pedaalhoogte vanaf de vloer wordt bereikt. Na het afstellen de borgmoer stevig vastdraaien. De pedaalhoogte niet afstellen met de drukstang ingedrukt.
|
| 4. | Druk de rempedaal positieschakelaar in tot de plunjer ervan volledig is ingedrukt (uiteinde (A) met schroefdraad raakt het rubber (B) op de pedaalarm). Draai de schakelaar voor de rempedaalpositie vervolgens rechtsom om deze te vergrendelen. De afstand tussen de rempedaalstandschakelaar en het rubber wordt automatisch afgesteld op 0,7 mm door de schakelaar te borgen. Controleer of de remlichten uitgaan als het pedaal wordt losgelaten.
|
| 5. | Controleer de niet toelaatbare vrije slag van het rempedaal zoals hieronder beschreven. |
| 1. | Met uitgeschakelde motor, de vrije slag (A) op het pedaalrubber (B) controleren door het pedaal met de hand in te drukken.
|
| 2. | Als de vrije slag van het pedaal buiten de specificatie valt, de rempedaal positieschakelaar afstellen (C). Als de vrije slag van het pedaal onvoldoende is, kan dit ertoe leiden dat de remmen aanlopen. |