| 1. | Krik het voertuig op en zorg dat het goed wordt ondersteund. |
| 2. | Controleer op verbogen of vervormde wielen. |
| 3. | Breng de klokmicrometer aan zoals in de tekening afgebeeld en meet de axiale slingering van het wiel door deze te verdraaien.
| ||||||||||||||||||||
| 4. | Zet de klokmicrometer weer terug in de afgebeelde stand en meet de radiale slingering.
| ||||||||||||||||||||
| 5. | Als de slingering van het wiel niet binnen de specificaties valt, controleer dan de axiale speling op het wiellager, en controleer of de raakvlakken op de remschijf of -trommel en de binnenzijde van het wiel schoon zijn. |
| 6. | Als de axiale speling op het lager binnen de specificaties valt maar de slingering van het wiel meer is dan de slijtagegrens, het wiel vervangen. |