| 1. | Verwijder de startmotor. |
| 2. | Demonteer de startmotor zoals afgebeeld aan het begin van deze procedure. |
| 3. | Inspecteer het anker op schade en slijtage als gevolg van contact met de permanente magneet. Bij slijtage of beschadiging het anker vervangen.
|
| 4. | Controleer het oppervlak van de collector (A). Als sprake is van vervuiling of inbranding, bewerkt u het oppervlak met schuurlinnen of een vijl of met schuurpapier 500 of 600 (B) tot de volgende specificaties.
|
| 5. | Controleer de diameter van de collector. Als de diameter onder de slijtagegrens ligt, moet het anker worden vervangen.
|
| 6. | Meet de collectorslingering (A).
|
| 7. | Controleer de micadikte (A). Als het mica te hoog is (B), moet dit met een zaagblad tot de juiste diepte worden teruggebracht. Snij al het mica (C) weg tussen de collectorlamellen. De zaagsnede mag niet te ondiep, nauw of V-vormig (D) zijn.
|
| 8. | Controleer de doorverbinding tussen de lamellen van de collector. Als er een breuk is tussen de lamellen, moet het anker worden vervangen.
|
| 9. | Plaats het anker (A) op de ankertester (B). Houd een zaagblad (C) tegen de ankerkern. Als het blad naar de kern wordt getrokken of trilt als de kern draait, heeft het anker kortsluiting. Vervang het anker.
|
| 10. | Controleer met een ohmmeter of er geen doorverbinding tussen de collector (A) en de ankerspoelkern (B) of tussen de collector en ankeras (C) aanwezig is. Als er doorverbinding is, vervang dan het anker.
|
| 11. | Meet de borstellengte. Vervang het ankerhuis als de borstellengte niet binnen de slijtagegrens valt.
|
| 12. | Controleer de doorverbinding tussen de (+) borstels (A) en motorbedrading (B), en tussen de (-) borstels (C) en ankerhuis (D). Als er geen doorverbinding is, vervangt u het ankerhuis (B).
|
| 13. | Controleer of er geen doorverbinding is tussen de (+) en (-) borstels en tussen de (+) borstels en het ankerhuis. Als er doorverbinding is, het ankerhuis vervangen. |
| 14. | Schuif de vrijloopkoppeling over de as. Vervang deze als hij niet soepel schuift. |
| 15. | Draai de vrijloopkoppeling (A) beide kanten op. Blokkeert hij in één richting en draait hij soepel in de andere? Als hij in geen van beide richtingen of in beide richtingen blokkeert, de vrijloopkoppeling vervangen.
|
| 16. | Als de starteraandrijfkoppeling (B) versleten of beschadigd is, vervang dan de vrijloopkoppeling; het tandwiel is niet apart verkrijgbaar. Controleer de conditie van het vliegwiel of de starterkrans. Vervang deze als de tanden van het startrondsel versleten zijn. |
| 17. | Monteer het anker in de behuizing en monteer de borstelhouder, monteer daarna de borstels in de houder. OPMERKING: Schuif een strookje schuurpapier nr. 500 of 600 met de ruwe zijde omhoog tussen de collector en beide borstels en draai het anker vervolgens rustig rond om de nieuwe borstels goed op hun plaats te zetten. Het contactoppervlak van de borstels wordt geschuurd in dezelfde vorm als de collector. |
| 18. | Druk de veer in en monteer deze in de borstelhouder.
|
| 19. | Monteer de borstelhouderisolator (A) en eindafdekking (B).
|