| 1. | Trek de stekker van de oliedrukschakelaar (A) los van de motoroliedrukschakelaar (B).
|
| 2. | Controleer op doorverbinding tussen de positieve aansluiting (C) en de motor (massa). Er moet doorverbinding zijn als de motor uit staat. Er mag geen doorverbinding zijn als de motor draait. |
| 3. | Controleer het motoroliepeil als de schakelaar niet werkt. Controleer de oliedruk als het oliepeil in orde is. Als de oliedruk in orde is, de oliedrukschakelaar vervangen. |