| 1. | Warm de motor op tot de normale bedrijfstemperatuur (koelventilator slaat aan). |
| 2. | Zet de contactschakelaar UIT. |
| 3. | Bouw het PGM-FI-hoofdrelais 2 uit. |
| 4. | De motor starten en laten draaien tot hij afslaat. |
| 5. | Verwijder de voorste vier bobines. |
| 6. | Verwijder de voorste vier bougies. |
| 7. | Sluit de compressiemeter aan op het bougiegat. OPMERKING: Gebruik een compressiemeter waarvan de verbindingslengte (tussen de rand en de flens) korter is dan 23 mm.
|
| 8. | Sluit een toerenteller aan. |
| 9. | Zet de smoorklep helemaal open, laat de motor starten met de startmotor en meet de compressie.
|
| 10. | Meet de compressie van de overige cilinders.
|
| 11. | Valt de compressie niet binnen de specificaties, controleer dan de volgende onderdelen, en meet vervolgens opnieuw de compressie.
|