Motorcompressie inspecteren

Motorcompressie inspecteren

1.Warm de motor op tot de normale bedrijfstemperatuur (koelventilator slaat aan).

2.Zet de contactschakelaar UIT.

3.Bouw het PGM-FI-hoofdrelais 2 uit.

4.De motor starten en laten draaien tot hij afslaat.

5.Verwijder de voorste vier bobines.

6.Verwijder de voorste vier bougies.

7.Sluit de compressiemeter aan op het bougiegat.

OPMERKING: Gebruik een compressiemeter waarvan de verbindingslengte (tussen de rand en de flens) korter is dan 23 mm.

 

8.Sluit een toerenteller aan.

9.Zet de smoorklep helemaal open, laat de motor starten met de startmotor en meet de compressie.

Compressiedruk: 
Boven 980 kpa (10,0 kgf/cm2)-250 omw/min 


10.Meet de compressie van de overige cilinders.

Maximale afwijking: 
Niet meer dan 200 kPa (2,0 kgf/cm2) 


11.Valt de compressie niet binnen de specificaties, controleer dan de volgende onderdelen, en meet vervolgens opnieuw de compressie.

  • Beschadigde of versleten kleppen en zittingen
  • Beschadigde cilinderkoppakking
  • Beschadigde of versleten zuigerringen
  • Beschadigde of versleten zuiger- en cilinderboringen